…
ZESDE DEEL
Dure kamer
Op het podium verschijnt een stoel met een tafel ervoor en een spiegel erop. Prinses Superia zit op de stoel en bekijkt zichzelf in de spiegel.
SUPERIA: (zucht vergenoegend) Oh, wat ben ik toch mooi. Mijn huid zo fijntjes, mijn haren glimmend als goud in de zon. Niemand die het ooit van mij winnen kan. (brengt haar gezicht iets dichter bij de spiegel en geeft een enorme gil) Wat is dat? Wat zit daar nu? Dat lijkt… dat lijkt… dat is… daar zit een bobbeltje! (gilt nog eens – luid) Veronica, heel snel hier komen!
VERONICA: (komt al buigend en met haar hoofd knikkend binnen) Edelachtbare prinses Superia, hoe kan ik u van dienst zijn?
SUPERIA: (draait haar gezicht naar Veronica) Wat is dit? Wat voor lelijke oneffenheid heeft mijn perzikenhuidje verwoest?
VERONICA: Hoogmoedige prinses Superia, het ziet er naar uit dat uw puberteit toeslaat.
SUPERIA: (hard) Wat? Wat durf jij hier te beweren?
VERONICA: De oneffenheid op uw prachtige gezicht is een… puist.
SUPERIA: Nee! Nee, dat kan niet. Dat mag niet! Op mijn huid hoort geen puist te zitten. Absoluut onmogelijk. Haal hem weg! Haal hem weg!
VERONICA: Ik kan hem voor u uitknijpen.
SUPERIA: Roep de beste plastisch chirurg uit het land! Deze p… deze p… pukkel moet direct verdwijnen.
Er wordt geklopt. Hofdienaar Theodoor stapt binnen.
THEODOOR: Prinses Superia, het is tijd om te vertrekken.
SUPERIA: Ik ga het paleis niet uit!
THEODOOR: Uw moeder neemt u mee naar de opening van het nieuwe ziekenhuis. Daar weet u toch van?
SUPERIA: Theodoor, zoals ik er nu uitzie, kan ik mij niet vertonen.
THEODOOR: Maar u bent toch even prachtig als altijd?
SUPERIA: Ben je soms blind? Ik zie er niet uit. Ik ben net een wrattenzwijn.
VERONICA: (wat zachter) De prinses heeft een puist.
SUPERIA: Veronica, zeg dat woord niet hardop!
THEODOOR: Ah, de eerste puberteitsverschijnselen.
SUPERIA: Hou op! Bel de beste chirurg van België en zorg dat deze chirurg de pukkel verwijderd en mijn huid weer glad maakt, zoals deze al mijn hele leven is.
THEODOOR: Prinses Superia, daar is nu echt geen tijd voor. Ik kan hem best bellen, maar de ‘operatie’ zal later moeten plaatsvinden.
SUPERIA: Luister goed, Theodoor! Ik ga het paleis niet uit, zolang ik deze hobbel op mijn gezicht heb zitten.
Thedoor: Ik kan geen wonderen verrichten, dus een keuze heb je niet.
SUPERIA: Ja, bel een magiër, een tovenaar. Laat deze de pukkel wegtoveren!
THEODOOR: Ik zal uw moeder halen. Dan kan zij u toespreken.
SUPERIA: Veronica, help me dan! Jij weet als vrouw toch wat schoonheid is. Jij gaat toch ook nooit de straat op zonder make-up?
VERONICA: Als er belangrijke zaken te doen zijn en ik heb te weinig tijd, dan heb ik daarin helaas geen keuze.
SUPERIA: (wenend) Niemand begrijpt me. Niemand weet dat dit een afgang zal zijn. Ik zal mijn hele verdere leven door moeten als pukkelkop.
THEODOOR: Moet ik soms je vader roepen?
SUPERIA: Nee! Nee, niet doen. Alsjeblieft niet.
THEODOOR: Goed, dan haal ik je moeder! (loopt met geheven hoofd weg en gaat af)
SUPERIA: Maar…!
VERONICA: Edelachtbare, u weet dat als uw moeder u moet komen halen, zij niet zo geduldig zal zijn.
SUPERIA: Natuurlijk weet ik dat. Dat hoef je niet te vertellen.
VERONICA: Misschien dat ze dan besluit geen tweede sauna, alleen en enkel alleen voor jou, aan te leggen.
SUPERIA: Hou op! Ik weet hoe ze is.
VERONICA: Laat mij met wat make-up uw pui… (slikt woord snel in) uw oneffenheidje wegwerken. Dan zorgen we dat er vanmiddag iemand komt om de pui… pukkel te onderzoeken en te laten verdwijnen.
SUPERIA: En zorg dat mijn tranen onzichtbaar zijn. Mijn moeder mag niet zien dat ik gehuild heb.
VERONICA: Doen we. Het komt allemaal wel goed.
SUPERIA: (zucht met een snik)
Licht uit.
DEEL 6A
Straattoneel
De ingang van een ziekenhuis is te zien. Er staat publiek, een dame in een net pak (de directrice) en wat persmensen. Sophie komt op met Sam.
SOPHIE: Wat is hier aan de hand? (kijkt rond – tegen een mevrouw) Mevrouw, mag ik vragen wat hier gaat gebeuren?
MEVROUW: Weet je dat dan niet? De koning komt met zijn dochter het nieuwe ziekenhuis openen.
SOPHIE: Echt?
MEVROUW: Eh… ja…
Jongen: (komt oprennen vanaf links) Ja, ik zie de limo. Ze komen eraan.
De persmensen duwen de mevrouw en Sophie aan de kant en snellen zich naar de linkerkant van het podium. Klaar om te filmen en foto’s te maken. Prinses Superia komt op met naast haar de koningin. Achter hen loopt Theodoor. De koningin wuift en glimlacht iedereen vriendelijk toe. Superia probeert ook te lachen, maar heeft een spiegeltje in haar hand waar ze steeds even in kijkt, zodat ze zich de goede kant opdraait als een foto wordt gemaakt.
KONINGIN: Hallo landgenoten. Welkom, welkom, welkom! Wat een opkomst. Wat doet mij dit deugd. Welkom!
SOPHIE: Is dat de koningin?
MEVROUW: Lieve kind, wat doe je dom. Je kent onze koningin toch wel?
SOPHIE: Ik dacht van wel, ja. Maar deze dame komt me niet bekend voor. En dat meisje dat bij haar is?
MEVROUW: Sst! Laat haar maar niet horen dat je haar een meisje noemt. Jongedame vindt ze zelfs nog een minderwaardig woord.
SOPHIE: Pff, zo oud is ze niet.
MEVROUW: Dat is de prinses.
SOPHIE: Oh, de prinses… Juist ja.
De koningin en de prinses gaan voor het ziekenhuis staan. Het publiek en de pers gaan rechts en links van hen staan.
KONINGIN: Beste aanwezigen. Ik en mijn dochter heten u van harte welkom bij de opening van ons nieuwe ziekenhuis Morgenrood. Jarenlang is gewerkt aan dit prachtige ziekenhuis wat ruimte biedt aan zeker honderd patiënten. Mijn complimenten gaan naar de ontwikkelaars en de mensen die het ziekenhuis hebben gebouwd. Mijn dochter overhandigt het hospitaal een toepasselijk cadeau wat onze blijdschap extra verduidelijkt.
SUPERIA: Het is mij een groot genoegen om namens mijn familie een geschenk te overhandigen aan dit prachtige project. Wij hopen dan ook dat dit cadeau een voorname plaats krijgt in het ziekenhuis, zodat iedereen kan zien dat wij dit ziekenhuis een warm hart toedragen.
SOPHIE: (iets te hard) Wat praat ze raar voor een meisje. (Superia’s blik gaat naar Sophie)
MEVROUW: Sst, anders hoort ze je.
SOPHIE: Ze is 15 of zo. Dan praat je toch niet zo? (weer een blik van Superia)
SUPERIA: Het geschenk wil ik overhandigen aan de directrice, mevrouw Agaath Stempelmans. (de directrice stapt op Superia af) Mevrouw Stempelmans, hierbij laat ik weten dat mijn familie zeer content is… (Sophie lacht zacht wat haar weer een boze blik oplevert)… zeer content is met het feit dat er in ons schitterende land een nieuw hospitaal is gekomen. Proficiat!
AGAATH: (neemt cadeau over) Ik dank u en uw familie voor deze gift en zal zorgen dat deze inderdaad een voorname plaats krijgt in onze hal.
De mensen applaudisseren.
AGAATH: Dan is nu het moment aangebroken om het lintje door te knippen en het ziekenhuis officieel te openen.
De jongen komt naar voren met een kussen waarop een schaar met linten ligt. Agaath geeft de schaar aan Superia. Deze loopt naar het lint voor de ziekenhuisdeur (persmensen dringen zich weer op) en knipt deze door. Applaus. Iedereen gaat het ziekenhuis in, behalve Sophie.
DEEL 6B
Superia staat te smoezen met Theodoor aan de rand van het podium (voor het doek). Sophie zit helemaal aan de andere kant van het podium met Sam, totaal niet lettend op Superia en Theodoor. Superia fluistert Theodoor iets toe, terwijl ze naar Sophie wijst. Vervolgens verdwijnt Superia achter het doek. Theodoor stapt op Sophie af.
THEODOOR: Jongedame, ik moet u verzoeken met mij mee te gaan.
SOPHIE: Sorry?
THEODOOR: Er wil iemand een woordje met je wisselen.
SOPHIE: Een woordje wisselen?
THEODOOR: Iemand wil even met je praten.
SOPHIE: Wie dan?
THEODOOR: Zou je gewoon even mee willen lopen? Dan weet je het zo.
SOPHIE: Ik ken u niet. Ik mag niet zomaar met vreemden meelopen.
THEODOOR: Ik ben de hofdienaar van koning Frederik. Zijn dochter wil met je praten.
SOPHIE: Oh, waarover dan?
THEODOOR: Het gesprek zal plaatsvinden op een plaats waar niemand jullie kan horen. Het is niet de bedoeling dat het breeduit in de pers komt.
SOPHIE: (met klein lachje) Ze is boos op me, hè?
THEODOOR: Loop je mee?
SOPHIE: Ach, waarom ook niet? (lopen richting links. Sam gaat erachteraan)
THEODOOR: Je hond mag niet mee.
SOPHIE: Dan gaat het gesprek niet door. Ik ga nergens heen zonder Sam.
THEODOOR: Goed, we regelen wel wat.
De twee gaan ook naar achter het doek. Directeur Van Zanten komt op.
Van Zanten: (kijkt door het doek, blijft even staan kijken – draait zich dan om naar het publiek) Dit is toch niet te geloven? Die spijbelaar zit daar gewoon bij de prinses in de auto. Ze zou gestraft moeten worden in plaats van beloond. Maar zodadelijk als ze de auto uitstapt, grijp ik haar bij de lurven. Vanmiddag nog ontdoet zij de tafels op school van kauwgomresten.
Gordijn open
Auto
Twee banken worden tegenover elkaar op het podium gezet, met aan de achterkant van één van de twee banken een stoel. Hier neemt Theodoor plaats. Sophie gaat op één van de banken zitten. Sam ligt naast de auto op de grond.
Licht gaat aan. Superia komt aanlopen en gaat tegenover Sophie zitten.
SUPERIA: Je hebt mij beledigd.
SOPHIE: Sorry?
SUPERIA: In het bijzijn van al die mensen.
SOPHIE: Beledigd?
SUPERIA: En onder het toeziend oog van de pers.
SOPHIE: Waar heb je het over?
SUPERIA: Voor jou is het ‘u’.
SOPHIE: U? Je bent maar een paar jaar ouder dan ik.
SUPERIA: Maar wel een prinses.
SOPHIE: O.k. Als je dat zo graag wilt.
SUPERIA: U!
SOPHIE: Hoe heb ik ‘u’ dan beledigd?
SUPERIA: Je sprak terwijl ik sprak. Je onderbrak mijn speech.
SOPHIE: Ik zei alleen dat je… u… raar praatte.
SUPERIA: Dat heb ik niet gehoord. Wat ik alleen hoorde, was iets in mijn linkeroor dat leek op een lama die stond te schijten.
THEODOOR: (schraapt keel)
SOPHIE: Inderdaad niet zo’n net woord.
SUPERIA: Niemand heeft ooit gedurfd mij te onderbreken terwijl ik sprak.
SOPHIE: Niemand?
SUPERIA: Je bent de eerste.
SOPHIE: Heb jij… u… eigenlijk wel een leuk leven?
SUPERIA: Ik heb alles wat mijn hartje begeerd, dus ja, ik heb een leuk leven.
SOPHIE: Heb je ook vrienden?
SUPERIA: Ik heb heel veel vrienden.
SOPHIE: Hoe heeft u deze gemaakt dan?
SUPERIA: Gewoon…
SOPHIE: Op school?
SUPERIA: Ik ga niet naar school. Ik heb een privélerares.
SOPHIE: Op uw sportclub?
SUPERIA: Van sporten word je huid oud en je overlijdt eerder.
SOPHIE: Goed, waar heeft u uw vrienden dan ontmoet?
SUPERIA: Twijfel je er soms aan dat ik vrienden heb?
SOPHIE: Oh nee! Nee hoor, dat bedoel ik niet. Weet je… u… het zit zo. Ik zoek zelf een vriend. Een beste vriend. Misschien heeft u tips voor me.
SUPERIA: Tips?
SOPHIE: Hoe vind ik of nog beter; hoe maak ik vrienden?
Superia wordt wat ongemakkelijk en wiebelt heen en weer.
SUPERIA: Theodoor, hoe leg ik aan dit meisje uit hoe je vrienden maakt?
THEODOOR: U barst van de vrienden. U kunt dit beter uitleggen dan ik.
SUPERIA: Dat is zó waar! (is duidelijk van haar stuk) Vrienden maak je door… Je maakt vrienden met… Bijvoorbeeld door ze… je kunt ze uitnodigen voor een beautydag. Met topvisagistes en sterkappers. Je laat je allemaal mooi maken, geniet daarna van een diner bij kaarslicht en praat wat.
SOPHIE: Dus vrienden kun je kopen?
SUPERIA: Ik heb hier geen zin in. Verdwijn alsjeblieft uit mijn limousine. Je bent te simpel om dit te begrijpen.
SOPHIE: Het was een simpele vraag. Ik hoopte op een simpel antwoord. Zodat ik een vriend kon vinden.
SUPERIA: (kijkt arrogant de andere kant op) Dag!
Sophie stapt uit. Ook Theodoor stapt uit.
THEODOOR: Ik dacht dat je haar had.
SOPHIE: Hoe bedoelt u?
THEODOOR: Meestal spreekt ze niet zo normaal met iemand. Voelt ze zich te trots om iets te zeggen. Maar jij zat dichtbij.
SOPHIE: Nou, ik ben er anders niks mee opgeschoten.
THEODOOR: Je bent sterk en moedig. Jij redt je wel.
SOPHIE: Ik hoop dat dat voor haar ook geldt.
THEODOOR: Je had haar moeten zien toen ze een jaar of 5 was. Zo een lief meisje. Goudeerlijk en altijd bereid anderen te helpen. En opeens was dat weg. Haar uiterlijk werd het allerbelangrijkste. Verder helemaal niets. De enige die nog een beetje grip op haar heeft, is de koning. Ja, haar vader is streng, maar een zeer goed en meegaand mens. Ik hoop dat ze het ooit weer overneemt.
SOPHIE: Ik hoop het ook voor u. Maar wel bedankt voor uw vriendelijke woordjes.
THEODOOR: Nee, jij bedankt. Je hebt Superia weten te raken. Dat heeft ze nodig. (kijkt in de richting waar Van Zanten staat toe te kijken) Nog een klein ogenblikje. Ik moet nog even iets afhandelen. Sluit je ogen maar even.
SOPHIE: Hoezo?
THEODOOR: Geloof me!
Sophie sluit haar ogen. Theodoor loopt op Van Zanten af. Hij gebruikt een paar karatetrappen om deze uit te schakelen, waarna hij de directeur van het podium vandaan sleept. Komt terug en klopt zijn handen schoon.
THEODOOR: Zo, je mag weer kijken, hoor. Tot ziens, goede meid.
SOPHIE: Dag meneer! En bedankt nogmaals. (tot Sam) Nou Sam, we weten nog niks. Ja, alleen dat die prinses geen echte vrienden heeft. Tenminste, ik denk niet dat als je vrienden koopt, ze echt zijn. Wat jij? (Sam blaft)
Licht uit.
...