HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken

Blijspelen
Kluchten
Thriller
Drama/Toneelstukken
Eenakters
Damestoneel
Kind- en Jeugdtoneel

Drama/Toneelstukken

Die reis maken we samen


© 2011


Een toneelstuk over borstkanker. De positieve kijk van de zieke die daarmee de niet zieke probeert te overtuigen dat borstkanker niet het einde hoeft te betekenen. Het toneelstuk wordt nergens te zwaar, maar snijdt hier en daar wel diep.


Het verhaal

Amber heeft haar zus Mirthe uitgenodigd om te komen eten. Gewoon gezellig. Het verleden een beetje ophalen. Praten over het mannenvolk, echte girltalk. Amber heeft bij de uitnodiging niets gezegd over dat ze ’slecht’ nieuws heeft. Daarom komt Mirthe opgetut en met bloemen en een fles wijn aan de deur en praat honderduit over haar fijne leven. Amber lacht en praat mee tot ze het onderwerp aansnijdt waarover ze haar zus wil vertellen.
Als ze vertelt dat ze een bobbeltje in haar borst voelde en hier vervolgens mee naar de dokter ging, werd doorverwezen en later hoorde dat ze borstkanker heeft, slaat de stemming om. Mirthe ziet direct de meest erge dingen, de chemokuren, bestralingen, ziekenhuisbezoeken en dat Amber haar leven niet meer zeker is. Amber probeert haar gerust te stellen. Het is ontdekt in een vroeg stadium, ze kan wellicht haar borst behouden en is er misschien met een paar bestralingen vanaf. Ze geeft aan niet bang te zijn voor een slechte afloop. En herstellen toch zoveel mensen van borstkanker?
Mirthe doet zo overdreven en paniekerig dat Amber op een gegeven moment kwaad wordt. Een lang moment van stilzwijgen breekt aan. Tot Amber opstaat en het eten gaat maken. Mirthe zegt dat ze haar zal helpen.

Na de pauze zijn de borden leeg, maar is het gesprek nog steeds stroef. In de keuken en tijdens het eten, is het onderwerp niet meer aangesneden. Maar Amber wil het er wel over hebben. Ze wil haar zus niet ongerust naar huis laten gaan. En wil al helemaal niet dat Mirthe het voor iedereen gaat verzwijgen. Amber voelt geen schaamte en wil niet als één of ander ziek musje of patiënt worden behandeld. Ze wil gewoon (blijven) leven. Leuke dingen blijven doen. En tussendoor even naar het ziekenhuis om een ‘bestralinkje’ te laten doen.
Mirthe houdt lange tijd een bepaalde afstand, maar ziet dan in dat ze mee moet gaan in de positieve kracht van Amber. Ze belooft haar zus terzijde te staan en ze spreken af dat de wereldreis waar ze vroeger van droomden om samen te gaan maken, te gaan maken als Amber beter is. Aan het eind pakt Amber de atlas erbij en kijken de twee dames alleen nog naar de toekomst die rooskleurig en fijn zal zijn.


Korte dialoog
 
...
 
MIRTHE: Hoe is het verder op je werk?
AMBER: Prima. Ik werk wel een tijdje wat minder.
MIRTHE: Oh, is het zo rustig dan?
AMBER: Nee, dat is het niet. Het is… eh… het is meer. (neemt slok en zucht diep) Mirthe, eigenlijk moet ik je iets vertellen.
MIRTHE: Ben je zwanger?
AMBER: Nee! Dan had ik het toch net wel gezegd?
MIRTHE: Geen lover, niet zwanger. Ben je ontslagen en ben je daarom aan het afbouwen?
AMBER: Mirthe, dit is niet makkelijk. Zou je even kunnen luisteren? Gewoon even alleen luisteren.
MIRTHE: Natuurlijk.
AMBER: Ik… eh… een tijdje geleden stond ik onder de douche. Toen voelde ik iets in mijn borst. Eerst dacht ik, een opgezet kliertje, net ongesteld geweest, gaat wel weer weg. Maar het bobbeltje bleef. En werd zelfs wat groter.
MIRTHE: Nee toch, hè?
AMBER: (kijkt Mirthe aan met een blik dat ze moet zwijgen – vertelt heel sterk) Ik ben naar de dokter gegaan. Hij heeft me doorgestuurd voor een mammogram, een foto. Verder had ik de klachten die wezen op borstkanker. Ik moest voor een punctie naar een röntgenafdeling in het ziekenhuis. Voor de uitslag ben ik maandag teruggegaan… Het is borstkanker.
 
Mirthe blijft Amber strak aankijken. Vervolgens slaat ze haar hand voor haar mond en vecht tegen tranen.
 
MIRTHE: (na een tijdje) Nee! Nee, dat is niet zo. Amber, zit je me nou te dollen?
AMBER: Nee, ik zit je niet te dollen. Op de foto is een duidelijke verdikking te zien. Het is zonder meer borstkanker.
MIRTHE: Maar, heb je er wel een tweede persoon ernaar laten kijken?
AMBER: Zowel de chirurg als de mammacare-verpleegkundige hadden hetzelfde oordeel. En ik heb het zelf ook op de foto gezien.
MIRTHE: Wat nu?
AMBER: De tumor is klein. Ik zit in een vroeg stadium.
MIRTHE: Maar je bent nog zo jong.
AMBER: Ja, ook bij jongere vrouwen, en ook bij mannen, komt het voor.
MIRTHE: Maar Amber, hoe… wat nu verder?
AMBER: De tumor bevindt zich bovenin mijn rechterborst. Omdat hij zo klein is, gaan ze een borstbesparende operatie uitvoeren. Ze verwijderen de tumor met daaromheen een deel gezond weefsel, zodat geen restjes achterblijven. En ze halen een lymfeklier in de okselholte weg.
MIRTHE: Moet je echt geopereerd worden?
AMBER: Op die manier blijft een groot deel van mijn borst intact.
MIRTHE: Je praat erover of het niets is.
AMBER: Ik heb niet bepaald een keuze.
MIRTHE: Kunnen ze geen chemo doen? Of bestralingen? Dus dat ze geen operatie uitvoeren?
AMBER: Eerst moet de tumor verwijderd worden. Daarna is bestraling nodig.
MIRTHE: Moet je allebei?
AMBER: Vrijwel zeker. Maar die operatie aan mijn borst is lichamelijk niet echt een zware operatie, hoor.
MIRTHE: Amber, het is je borst. Jouw eigen eigendommetje. Jouw borst is van jou. Alleen van jou. Het is je vrouwzijn.
AMBER: Het is heel simpel; die operatie moet.
MIRTHE: Kun je niet naar een andere arts? Misschien heb je gewoon en ontsteking aan je melkklier, of zo.
AMBER: Mirthe, doe niet zo paniekerig.
MIRTHE: Mijn kleine zusje heeft kanker en ik mag niet in paniek raken. Je bent verdorie nog geen 35.
AMBER: Zeventig procent van de patiënten met borstkanker hersteld.
MIRTHE: Hersteld?
AMBER: Dat is toch een hartstikke hoog percentage?
MIRTHE: Bedoel je met ‘hersteld’, ‘geneest’?
AMBER: Geneest is niet het juiste woord. Hersteld betekent dat je na vijf jaar nog leeft en niet voor de tweede keer borstkanker hebt gekregen. Die zeventig procent is gebaseerd op mensen die na tien jaar nog steeds leven.
MIRTHE: Amber, je praat over leven en dood alsof we een theekransje houden. Alsof het je niets doet.
AMBER: Natuurlijk heb ik gejankt. Een uur lang. Maar ik heb gehoord over de behandelingen en over mijn kansen. Ik maak een hele goede kans dat ik beter wordt. Ik ben verder hartstikke gezond. Ik beweeg, ik rook niet, drink niet te veel en ik eet gezond. Die tumor is in een gezond lijf terechtgekomen.
MIRTHE: Precies ja! Hoe is dat nou mogelijk? Jij zou het niet moeten krijgen.
AMBER: Er zijn factoren die het risico verhogen, maar iedereen heeft kans om kanker te krijgen.
MIRTHE: Maak alsjeblieft die fles wijn open! Nee, doe me maar iets sterkers. Ik moet mezelf herpakken.
AMBER: Kijk naar mij! Ik straal toch nog steeds als altijd? Ik vlucht niet in de alcohol. Ik hoef niet te vluchten. Ik ga de strijd met geheven hoofd aan.
MIRTHE: Amber, het is k… kanker!
AMBER: Het is zo gemakkelijk te behandelen en de kans op herstel is zo groot. Ik ben sterk!
MIRTHE: (zucht – wat rustiger) Ja, jij was altijd al de sterkste van ons twee. (voelt een snik) Jou krijgt niemand klein. Maar je bent wel mijn kleine zusje. Ik heb altijd gezegd; wie aan mijn zusje komt, komt aan mij… En nu, nu voel ik dat ik moet janken als een baby. Ik heb hier geen grip op.
AMBER: Wie zorgde er op de middelbare school voor dat Martijn je na dagen van stalken eindelijk met rust liet?
MIRTHE: (lacht voorzichtig) Hij heeft vier weken met een blauw oog rondgelopen. Tjonge, je sloeg hem echt vanuit je tenen.
AMBER: En wie lag vroeger op het randje vanwege een infectie en kwam er weer helemaal boven op.
MIRTHE: Ja, je bent sterk. Sterker dan wie ook. Dat weet ik ook wel. Maar ik ben niet zo sterk. En ik moet dit aanzien.
AMBER: Ik kan dit aan. En jij kan dit aan. We redden ons hier samen uit.
MIRTHE: (neemt slokje en stukje kaas/worst) Hoe reageerde mama?
AMBER: Niet zo best. Ze schrok zo dat ze wegliep en de eerste kwartier niet meer binnenkwam.
MIRTHE: En papa?
AMBER: Eerst keek hij mama zwijgend na. Toen schudde hij zijn hoofd. ‘Mijn meisje’ zei hij, ‘Niets of niemand zal mijn meisje ooit laten stoppen met stralen.’
MIRTHE: Zei ‘d ie dat echt?
AMBER: Ja.
MIRTHE: Wat vreselijk lief.
AMBER: Echt niks voor hem, hè? Hij stond zelfs op en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Had ‘ie misschien niet moeten doen. Want toen begon ik te grienen. Maar hij haalde een glas water voor me en kneep me even kort in mijn schouder. En hij hoorde me vervolgens helemaal uit over; hoe nu verder.
MIRTHE: En toen mama terugkwam?
AMBER: Rode ogen, schor. Ze zei alleen nog: ‘We vechten met je mee.’ Toen stond ze op en zei bloedserieus: ‘Ik ga koken. Wil je mee-eten?’ (lacht zacht)
MIRTHE: Hoe is het mogelijk? Ze reageren allebei anders dan ik zou verwachten.
AMBER: Het is een vorm van ontkenning. Mama wil het nog niet geloven. Ze blijft maar zeggen: ‘Misschien hebben ze een fout gemaakt.’
MIRTHE: Het kan wel.
AMBER: Nee Mirthe. Ik heb inmiddels zoveel onderzoeken gehad. En alles blijft op hetzelfde uitkomen.
MIRTHE: Wat is deze kaas lekker, zeg. Van de kaasboer?
AMBER: Nee, gewoon uit de supermarkt.
MIRTHE: Zo vol van smaak. Zacht en toch pittig. Echt overheerlijk.
AMBER: Waarom doe je dit?
MIRTHE: Wat?
AMBER: Waarom ga je over op een ander onderwerp?
MIRTHE: Oh… ik… eh… ik dacht… eh…
AMBER: Je bent bang. Bang voor kanker. Maar daar schiet ik toch niks mee op?
MIRTHE: Ik wil het er best nog even over hebben, hoor.
AMBER: Weet je dat dit bijna altijd gebeurd.
MIRTHE: Wat?
AMBER: Als ik mensen erover vertel, is het eerst van ‘Oh meid, wat ben je zielig.’ Maar als ik verder ga met vertellen, dan moeten ze ineens hoognodig aan het werk of is het weer belangrijker om over te praten.
MIRTHE: Ik deed het niet expres. Ik vind die kaas gewoon super smakelijk.
AMBER: (staat op) Ik zal de verpakking wel even pakken. Kun je zien welke het is. Voor als je de volgende keer in de supermarkt bent.
MIRTHE: Amber, doe niet zo!
AMBER: Het leven gaat toch door? Voor kanker, met kanker, na kanker.
MIRTHE: (na ineengekrompen te zijn) Zoals jij het zegt, klinkt het zo…
AMBER: Het is kanker. Het woord past bij de ziekte. Het is hard en fel en oppermachtig. Een krachtig woord. Wil je nog wat chips ook?
MIRTHE: Zal ik het anders even pakken?
AMBER: Nee hoor. Ik voel me er fit genoeg voor. (af naar de keuken)
 
Mirthe kijkt tijdens de afwezigheid van Amber wat moeilijk in het rond. Ze wrijft zich in haar gezicht om alles op een rijtje te krijgen. Dan kijkt ze even in haar handtas, controleert haar telefoon op berichten en bergt hem weer op.
Amber komt terug met het pak sap en de kaasverpakking. Deze geeft ze aan Mirthe, terwijl ze wat sap bij schenkt.
 
AMBER: ’t Is nog de goedkoopste kaas die er in de koeling ligt ook.
MIRTHE: (kijkt even naar de verpakking en legt hem dan naast zich) Amber, vertel me! Hoe voel je je nu echt?
AMBER: Ik voel me echt goed.
MIRTHE: Maar als je wat verder vooruit kijkt.
AMBER: Die parachutesprong gaat nog komen, hoor.
MIRTHE: Ja maar…
AMBER: En bungeejumpen staat ook nog gewoon op mijn lijstje.
MIRTHE: Maar stel dat je… stel dat het allemaal niet zo makkelijk gaat.
AMBER: Positivo!
MIRTHE: Moet je dan niet nadenken over als… als je… je weet wel.
AMBER: Waarom spreek je de woorden niet gewoon uit?
MIRTHE: Amber, het valt me allemaal wat rauw op mijn dak. Ik heb me niet bepaald kunnen voorbereiden.
AMBER: Waarom zoek je steeds oplossingen voor dingen die misschien gaan gebeuren. Waarom pak je niet de positieve kant?
MIRTHE: Er is niks positiefs aan k… aan kanker.
AMBER: Als ik die ziekte overwin, zal ik meer positieve gevoelens voelen dan met welk ander iets dan ook.
MIRTHE: Je moet onder het mes. Ze gaan in je snijden. Ze halen iets uit je weg. Daarna moet je die vreselijke vervolgbehandelingen ondergaan. Dat is een lijdensweg.
AMBER: Hou toch op!
MIRTHE: Ik ben reëel. Natuurlijk hoop ik op een goede afloop. Maar ik houd ook rekening met het ergste.
AMBER: Jij zou me juist moeten opvrolijken. Jij zou tegen mij moeten zeggen: ‘Meisje, het komt allemaal wel goed. Wees maar niet bang!’ Maar in plaats daarvan zit je me angst in te boezemen. (lacht zuur) Leuke woordspeling; boezemen…
MIRTHE: Vind je dat niet logisch dan? Je bent ziek. En je zult zieker worden. Stel dat het niet allemaal zo simpel loopt. Dat er allerlei vervelende complicaties komen. Dat je…
AMBER: (onderbreekt) Stop! Houd maar op! Ik wil er niks slechts meer over horen. Praat maar weer over die kaas! Over die goedkope, overheerlijke, supersmakelijk kaas.
MIRTHE: Amber, houd op!
AMBER: Dat is toch wat je wilt? Alles beter dan over mijn ziekte te praten.
MIRTHE: Jij stapt nu op een ander onderwerp over. Ik niet.
AMBER: Nee, jij niet. Jij doet alsof ik al dood ga.
MIRTHE: (na moeilijk stilmoment) Amber, het is gemeen dat je dat zegt!
AMBER: (is opgestaan, loopt een rondje – gaat weer zitten) Ik wil naar de toekomst kijken. Naar het later na mijn ziekte. Ik geloof erin dat ik beter word. Dat ik het ga winnen. Maar jij, jij doet alleen maar gestresst en hebt het alleen maar over; wat als het misgaat. Daar wil ik niet aan denken, Mirthe!
MIRTHE: Ik ook niet. Ik ben gewoon bang om je te verliezen…
AMBER: Je verliest mij niet!
MIRTHE: Dat kun je niet beloven.
AMBER: Mocht het alsnog misgaan, dan heb ik nog tijd genoeg om je daarop voor te bereiden.
MIRTHE: Oh Amber, je bent nog zo jong! Het is niet eerlijk.
AMBER: Nee, het is eerlijk dat je geboren wordt in een land waar honger is en armoede. Waar je geen enkele kans maakt op een toekomst. Waar je als kind niets hebt en waar je, als je het redt om op te groeien, nog steeds niks hebt. En waar je voor je veertiende al tien keer verkracht bent door hitsige kerels die je zien als hun bezit. Noem je dat soms eerlijk?
MIRTHE: Nu ben je zelf zwart-wit.
AMBER: Ik heb meer dan dertig gezonde jaren gehad. Heb geleefd in overvloed. Had altijd te eten, heb een vader en een moeder die van mij houden, een zus die om me geeft en heb nooit een cent hoeven omkeren. Mijn vette jaren zijn misschien gewoon even voorbij.
MIRTHE: Ik ben toch ook niet ziek?
AMBER: Misschien heb ik het gekregen, omdat ik het beter dragen kan dan jij. Of omdat ik geen kinderen en man heb die met mij mee moeten lijden.
MIRTHE: Dat heeft er niets mee te maken.
AMBER: Wat wil je horen dan? Wil je soms dat ik ter aarde stort en watervallen huil?
MIRTHE: Nee!
AMBER: Wat dan?
MIRTHE: Ik wil je gewoon niet kwijt. Ik wil dat je weer gezond bent.
AMBER: Mirthe, over een jaar lopen we misschien weer samen over het strand. Genieten van de bruisende zee en de ondergaande zon. Onthoud! Na magere jaren komen weer vette jaren.
 




 
 
Onderwereldhotel De Zilveren Zee (5 vrouwen, 3/4 mannen)
 
© 2006
 
5 keer door een vereniging opgevoerd.


Het verhaal
 
Miquel runt al jaren met hart en ziel hotel De Zilveren Zee. Al langere tijd gaat het niet zo best. De gasten blijven weg, de rekeningen stapelen zich op, de computer met het klantenbestand is nodig aan vervanging toe en er is geen geld voor een promotiecampagne. Hoe Miquel, Pierre (een soort hotelboy), Suus (d e schoonmaakster) en Willemijn (een receptioniste) hun best ook doen, ze lijken steeds verder in misère te raken.
Om het hotel toch te laten voortbestaan, komt Miquel’s dochter Amber met het idee arrangementen aan te gaan bieden. Ook komt ze met het plan een website te maken; dat is toch een wat goedkopere manier van reclame maken.
Gelukkig komen er zo nu en dan toch wat gasten aan. De zeer onaardige en arrogante Silvia is de eerste die zich aanmeldt. Ze eist de beste kamer, maar weigert er meer voor te betalen. Even later komen Sylvester en Sam aan; ze zijn op huwelijksreis, maar hebben zo weinig geld dat ze een vieze, oude kelder als hotelkamer huren.
Die nacht komt er nogal veel kabaal uit de kamer waar Silvia verblijft. Gasten klagen erover en ook de nachtwaker heeft meerdere malen moeten waarschuwen. Verder is er een heer op de kamer aanwezig geweest, waarvan niemand de identiteit kent.
Als Willemijn ’s morgens met het nieuws komt dat er in de krant stond, dat een jong stel hotels oplicht, gaan de verdachtmakingen direct naar Sam en Sylvester. Silvia en haar geheimzinnige gast worden even vergeten, maar het wordt wel duidelijk dat ene heer Gruttelo iets te maken heeft met de duistere zaken. Dan vertelt Sam dat ze de medewerking nodig heeft van het hotelpersoneel. Zij en haar zogenaamde man zitten namelijk achter een boevenbende aan; een bende waarvan Silvia de leider is. Daarom hebben ze overal afluisterapparatuur geplaatst en hopen ze van het hotelpersoneel wat medewerking te krijgen bij hun onderzoek. Vooral Amber wil dolgraag helpen, smachtend naar een beetje spanning en avontuur. Helaas wordt ze hierin gedwarsboomd door de agenten, wat haar overigens niet tegenhoudt.
Tot blijkt dat de vork heel anders in zijn steel zit en Amber’s bemoeizucht haar erg duur komt te staan.
 
 
Korte dialoog
 
...

Suus komt opstormen door de achterste deur. Duidelijk in paniek.
 
 
SUUS: Oh, het is zo erg. Het is echt helemaal vreselijk. Ik schaam me diep.
PIERRE: Suus, wat doe jij hier zo laat nog?
SUUS: Oh Pierre, wat heb ik gedaan? Wat heb ik gedaan? Ik moet ontslag aanvragen. Ik ben het niet langer waard hier te blijven werken.
PIERRE: Suus, rustig! Wat is er gebeurd?
SUUS: Oh Pierre, ik durf het niet eens te zeggen. Het is zo erg.
PIERRE: Ik ben je baas niet. Je kunt me vertrouwen.
SUUS: Nee, ik moet het juist wel aan de baas vertellen. En dan snel zelf ontslag nemen voor hij mij wegstuurt.
PIERRE: Suus! Nu ga je gewoon zeggen wat je gezien, gedaan of gehoord hebt en hou je op met dit paniekerige gedoe.
SUUS: Oh Pierre, ik schaam me zo. (Pierre staat ongeduldig met zijn voet te tikken) Ja, echt heel erg. Ik deed het niet expres. Het is de sfeer die daar hangt, weet je. (Pierre zucht ongeduldig) Ik word daar altijd zo weeïg van.
PIERRE: Suus, ik heb wel wat anders te doen.
SUUS: (stoot eruit) Ik ben in slaap gevallen in het bed van de bruidsuite.
PIERRE: In slaap gevallen? (begint te lachen – stopt heel plots weer en zegt geschrokken) In het bed van de bruidsuite?
SUUS: Die zijdezachte lakens. Ze trokken me naar zich toe. Ze smeekten me erin te komen liggen.
PIERRE: Hoe kan het dat je daar in slaap bent gevallen? Er zitten gasten in die kamer.
SUUS: Dat weet ik. Maar niet toen ik er schoon ging maken. Ik ben in slaap gevallen en toen ze de kamer inkwamen, schrok ik wakker en ben heel snel onder het bed gekropen.
PIERRE: Ze zijn vanmiddag maar een paar uur weggeweest. Vanaf drie uur waren ze in hun kamer.
SUUS: Dat klopt. En ze gingen maar niet weg. En ik lag daar maar. (angstig) Oh, maar Pierre. Het is nog veel erger. Ze zeiden dingen. Die had ik nooit mogen horen.
PIERRE: (afwachtend) Ja?
SUUS: Keer op keer zeiden ze: ‘Niemand mag dit weten. Niet tot we ze gepakt hebben.’ Ik dacht eerst dat ze een paar mensen gingen vermoorden. Echt hoor. Oh, wat was ik bang. En daarbij kwam dat ik op een gegeven moment kans zag weg te komen. Toen kwam ik onder het bed vandaan en zag twee pistoolhulzen met pistolen erin op het nachtkastje liggen. Ik schrok me het apenhoedje en ben weer teruggekropen. Doodsbang.
PIERRE: Suus, wat zeiden ze nog meer?
SUUS: (plots heel kalm) Maar goed, inmiddels is het me allemaal duidelijk en weet ik dat ik niet bang meer hoef te zijn. Maar ik ga wel weg. Naar huis. Ik houd niet van dat soort acties.
PIERRE: Suus, wat gaat er dan gebeuren?
SUUS: Het wordt een boel actie. Als in een actiefilm. Mij niet gezien. Alsjeblieft Pierre, zeg niks tegen meneer Verhoorn. Ik zal hem morgen eerlijk opbiechten dat ik in slaap ben gevallen onder werktijd. (zucht) Oh, daar gaat mijn baan.
PIERRE: Suus, het is belangrijk!
SUUS: Even mijn jas pakken.
 
Suus gaat af door rechterdeur, ze komt echter direct weer op, want Willemijn en Miquel stormen op.
 
MIQUEL: (bang en paniekerig) Waar is mijn dochter?
PIERRE: Ah, daar ben je. Nou ehm…
SUUS: Ik ging net naar huis, hoor.
MIQUEL: Waar is verdorie mijn dochter?
SUUS: Ik weet van niks, hoor. Helemaal niks.
WILLEMIJN: Ze namen haar mee door die (wijzend op linkerdeur) deur.
MIQUEL: Ik heb haar nog zo gewaarschuwd. Bemoei je er niet mee! Maar ze was zo nieuwsgierig. Ze had haar verhaal al klaar voor er iets duidelijk werd. (Miquel wil direct afgaan, maar Pierre houdt hem tegen)
PIERRE: Miquel, het zou niet verstandig zijn om daar naartoe te gaan. Wat ze precies zijn of doen, weten we niet, maar ze hebben Amber onder dwang meegenomen.
SUUS: Wat is er gebeurd?
MIQUEL: Maar dan nog. Waarom nemen twee politieagenten iemand met grof geweld mee? Dat snap ik niet.
SUUS: Ah, het gaat over de hotelgasten uit de bruidsuite. Nu snap ik al iets meer.
MIQUEL: Helemaal niet, het gaat over die gasten die in de kelder verblijven.
SUUS: Zijn er dan vier politieagenten in het hotel aanwezig?
PIERRE: Suus, wil jij soms zeggen dat die twee die zo geheimzinnig deden in de bruidsuite, dat dat agenten zijn?
SUUS: Dat weet ik zelfs heel zeker. Ze hadden ruzie over versterking aanroepen en over hun politiechef. Enzovoort.
MIQUEL: Wacht even! Bedoel je dat mevrouw de Bruin en meneer Gruttelo agenten zijn?
SUUS: Ik weet niet hoe ze heten, maar ze zitten in de bruidsuite.
MIQUEL: Maar dat zou betekenen…
PIERRE: Dat Sam en Sylvester de gezochte criminelen zijn.
MIQUEL: En wie is er nu bij hen?
WILLEMIJN: (bang) Amber.
MIQUEL: (loopt kordaat naar de linkerdeur) En ik ga haar nu direct bevrijden.
PIERRE: (pakt Miquel weer beet) Miquel, denk na! We moeten die de Bruin en Gruttelo erbij halen. Laat hen het afhandelen. Zij weten tenminste wat ze doen.
MIQUEL: Maar mijn Amber dan?
PIERRE: Die zullen ze heus niks doen. Ze houden haar een soort van gegijzeld. Meer niet.
MIQUEL: ‘Meer niet’ noem je dat? Straks doen ze haar pijn.
WILLEMIJN: (met zielige stem) Au.
PIERRE: Miquel, ik beloof je. Alles komt goed.
 
Allemaal bezorgde gezichten. Dan valt het
 
DOEK
...
 

  

Het geheimzinnige koffertje (6 dames, 3 heren)

© 2004

3 keer door een toneelvereniging opgevoerd.

Het verhaal

Kris en Mathijs hebben een eigen camping die zijn allereerste openingsweekend draait. Het is nu wachten geblazen op gasten. Gelukkig arriveert er al snel een stel; Sjors met zijn 'vriendin' Amy. De twee willen graag een week blijven kamperen, waarna Amy een geheimzinnig en waardevol koffertje op de receptie achterlaat waar niemand, zelfs Sjors, iets van mag weten. Kris besluit de koffer tegen betaling in de kluis te bewaren, als uitzondering.
Niet veel later komen de zussen Sanne en Marijn aan, die een fietsvakantie aan het houden zijn. Sanne ziet het kamperen helemaal niet zitten en is daarnaast behoorlijk chagrijnig doordat haar vriend haar zeer kort geleden gedumpt heeft.
De opening is een week geleden geweest, waar de moeder van Mathijs bewust niks van heeft gehoord. Zij heeft echter van haar zus gehoord over de camping en is beledigd, omdat zij haar zoon en zijn vrouw nooit over hun plannen heeft gehoord. Daarom komt ze polshoogte nemen en bemoeit zich direct met alles.Dan komt Spike langs die bij Mathijs een treurig verhaal houdt over zijn vriendin die plots verdwenen is. Hij vraagt Mathijs te letten op een dame die altijd een koffertje bij zich draagt. Op dat moment weet Mathijs nog niks van het koffertje van Amy, maar door slordigheid laat Kris, na een mislukte poging het koffertje open te breken, het koffertje op het bureau staan. Mathijs is nu in tweestrijd of hij Spike zal bellen. Dit kan best het koffertje zijn van de vriendin waar hij wanhopig naar op zoek is.Maar de volgende morgen komen er van beide gastenstellen klachten binnen over een ongure man die op de camping rondhing. Zowel Mathijs als Kris verdenken Spike direct.
Als Spike dan nogmaals terugkomt, vertelt hij weer een heel ander verhaal en merken Mathijs en Kris dat er iets niet in de haak is; zowel met Amy als met het koffertje. En Spike weet er ook duidelijk meer van.Al snel raken alle spelers verstrikt in het mysterie rond het koffertje. Ook moeders die heeft besloten een paar dagen te komen kamperen, kan zich er niet aan onttrekken.
En dan blijft de grote vraag bij iedereen: Wat zit er nou precies in dat koffertje?

 

Korte dialoog

...

FLORIJN: Het zou me inderdaad niet verbazen als dit van hen is. Niemand om een gast te ontvangen. Er is gewoon niemand te bekennen. Ze zullen wel achter aan het flikflooien zijn. Ik kon het weten. (roept) Mathijs! MATHIJS.
 
Mathijs komt geschrokken door de deur achter de balie tevoorschijn.
 
MATHIJS: Mam, wat doet u nou hier? Hoe wist u dat…?…Wat doet u hier?
FLORIJN: Ik hoorde via via dat jij en Christien een camping waren gestart. Raar dat tante Ada al naar de opening was geweest en dat je eigen moeder niet eens een uitnodiging heeft gekregen.
MATHIJS: Mama, u denkt toch niet echt…? U denkt toch niet dat ik niet aan u gedacht heb, hè? Ik heb u twee weken geleden een uitnodiging toegezonden, net als naar de rest van de gasten.
FLORIJN: En waarom heb ik hem dan nooit gekregen? Jij staat me hier toch niet voor de gek te houden, hè?
MATHIJS: Wat denkt u nou zelf? Dat uw eigen zoon u vergeet? Dat denkt u toch niet echt? Het zal wel verkeerd gegaan zijn bij de post. Tegenwoordig kun je daar niet meer van op aan.
FLORIJN: Vorige week zaterdag hadden jullie de opening. Je hebt me toch wel gemist? Je had me toch kunnen bellen om te vragen waar ik was?
MATHIJS: U kunt zich toch wel voorstellen hoe druk wij het gehad hebben? Er moest nog zoveel geregeld worden om de camping gastklaar te maken. Allerlei sollicitatiegesprekken en gemaakte reserveringen die verwerkt moesten worden. Dat is niet niks, hoor.
FLORIJN: Zoon, je hebt me erg teleurgesteld. Al die tijd dat jij en Christien hier mee bezig zijn geweest, heb je me niks verteld. Helemaal niets.
MATHIJS: Mam, ze heet Kris, geen Christien.
FLORIJN: Kris is afgeleid van Christien.
MATHIJS: Nee, want Kris schrijf je anders dan de Chris uit Christien. U moet me geloven. Het is er echt niet van gekomen om even te bellen.
FLORIJN: Ik ben drie weken geleden nog bij jullie op bezoek geweest. Je kunt nu echt niet beweren dat jullie toen nog van niks wisten. Dat deze plannen zomaar opeens uit de hemel zijn komen vallen.
LINDSEY: (komt tevoorschijn) Sorry dat ik effies om het hoekie kijk. Het duurde zo lang.
FLORIJN: En wie is dit schepsel? Heb je weer een lief achter de rug om van je vrouw? Hoe houdt ze het bij je vol?
LINDSEY: Ik zalt me wel effies netjes voorstellen. (loopt op Florijn af en steekt haar hand uit, die Florijn niet pakt) Mijn naam is Lindsey Duinstee.
FLORIJN: Waar heeft Mathijs jou opgepikt? In de dichtstbijzijnde hoerentent?
LINDSEY: Mevrouw toch. Ik bent hier alleen maar effies op sollicitatiegesprek. Ik word misschien de schoonmaakster van de toiletpotten.
FLORIJN: Ik kon wel raden dat je niet meer was dan dat. Hoe ben je aan lager wal geraakt, kind? Heeft de drugs je leven verpest?
LINDSEY: Mevrouw, ik bent helemaal klien. Heb die troep nog nooit aangeraakt. As je dat doet, ken je maar beter gelijk een overdosis nemen. Wat heb je leventje dan nog voor zin?
MATHIJS: Mam, ik zat midden in een sollicitatiegesprek. U mag best even wachten, maar ik wil het eerst afmaken.
FLORIJN: Je ziet toch gelijk aan dat mens dat ze niet meer kan dan schoonmaken? Moet je daar echt een gesprek voor houden?
 
Kris wil binnenkomen, maar ziet Florijn en verdwijnt weer snel. Mathijs ziet haar, maar kan niks doen of zeggen.
 
MATHIJS: Mama, gaat u nou gewoon even zitten. Er liggen allerlei leuke tijdschriften en ik zorg voor een heerlijk bakje koffie met een klein beetje melk en een miniklontje suiker. Goed?
FLORIJN: (loopt naar de hoek waar de stoelen staan en rommelt in de tijdschriftenstapel) Noem je dit leuke tijdschriften? Dit zijn allemaal roddelbladen waar niks van waarheid in staat. Als je zoiets leest, worden je hersens op non-actief gezet.
LINDSEY: Mevrouw, wat heb u daar gelijk in. Het is allemaal niks waard, die troep. Dat het gelezen wordt, hè. Dat mensen geld uitgeven voor al die onzin. Ik ken het me ook nie voorstellen, hoor.
FLORIJN: Mathijs, maak je gesprek maar af. Ik red me hier wel even. Misschien dat Christien zodadelijk nog even tevoorschijn komt.
MATHIJS: Roep d'r maar een beetje. Dan komt ze vanzelf. Echt hoor, werkt altijd bij haar. Lindsey, ga je weer mee? We zijn bijna klaar, maar laten we het even netjes afronden.
LINDSEY: Tuurlijk. Succes met wachten mevrouw. Ik zal uw zoon nie lang meer ophouden. Zo geklaard.
 
Mathijs en Lindsey verdwijnen achter de balie en door de deur.
 
FLORIJN: Nou, die had me zonder woorden ook wel duidelijk gemaakt dat ze niet voor boekhoudster of advocaat in een sollicitatieprocedure zat.
 
...

HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken