Die reis maken we samen
© 2011
Een toneelstuk over borstkanker. De positieve kijk van de zieke die daarmee de niet zieke probeert te overtuigen dat borstkanker niet het einde hoeft te betekenen. Het toneelstuk wordt nergens te zwaar, maar snijdt hier en daar wel diep.
Het verhaal
Amber heeft haar zus Mirthe uitgenodigd om te komen eten. Gewoon gezellig. Het verleden een beetje ophalen. Praten over het mannenvolk, echte girltalk. Amber heeft bij de uitnodiging niets gezegd over dat ze ’slecht’ nieuws heeft. Daarom komt Mirthe opgetut en met bloemen en een fles wijn aan de deur en praat honderduit over haar fijne leven. Amber lacht en praat mee tot ze het onderwerp aansnijdt waarover ze haar zus wil vertellen.
Als ze vertelt dat ze een bobbeltje in haar borst voelde en hier vervolgens mee naar de dokter ging, werd doorverwezen en later hoorde dat ze borstkanker heeft, slaat de stemming om. Mirthe ziet direct de meest erge dingen, de chemokuren, bestralingen, ziekenhuisbezoeken en dat Amber haar leven niet meer zeker is. Amber probeert haar gerust te stellen. Het is ontdekt in een vroeg stadium, ze kan wellicht haar borst behouden en is er misschien met een paar bestralingen vanaf. Ze geeft aan niet bang te zijn voor een slechte afloop. En herstellen toch zoveel mensen van borstkanker?
Mirthe doet zo overdreven en paniekerig dat Amber op een gegeven moment kwaad wordt. Een lang moment van stilzwijgen breekt aan. Tot Amber opstaat en het eten gaat maken. Mirthe zegt dat ze haar zal helpen.
Na de pauze zijn de borden leeg, maar is het gesprek nog steeds stroef. In de keuken en tijdens het eten, is het onderwerp niet meer aangesneden. Maar Amber wil het er wel over hebben. Ze wil haar zus niet ongerust naar huis laten gaan. En wil al helemaal niet dat Mirthe het voor iedereen gaat verzwijgen. Amber voelt geen schaamte en wil niet als één of ander ziek musje of patiënt worden behandeld. Ze wil gewoon (blijven) leven. Leuke dingen blijven doen. En tussendoor even naar het ziekenhuis om een ‘bestralinkje’ te laten doen.
Mirthe houdt lange tijd een bepaalde afstand, maar ziet dan in dat ze mee moet gaan in de positieve kracht van Amber. Ze belooft haar zus terzijde te staan en ze spreken af dat de wereldreis waar ze vroeger van droomden om samen te gaan maken, te gaan maken als Amber beter is. Aan het eind pakt Amber de atlas erbij en kijken de twee dames alleen nog naar de toekomst die rooskleurig en fijn zal zijn.
Korte dialoog
...
MIRTHE: Hoe is het verder op je werk?
AMBER: Prima. Ik werk wel een tijdje wat minder.
MIRTHE: Oh, is het zo rustig dan?
AMBER: Nee, dat is het niet. Het is… eh… het is meer. (neemt slok en zucht diep) Mirthe, eigenlijk moet ik je iets vertellen.
MIRTHE: Ben je zwanger?
AMBER: Nee! Dan had ik het toch net wel gezegd?
MIRTHE: Geen lover, niet zwanger. Ben je ontslagen en ben je daarom aan het afbouwen?
AMBER: Mirthe, dit is niet makkelijk. Zou je even kunnen luisteren? Gewoon even alleen luisteren.
MIRTHE: Natuurlijk.
AMBER: Ik… eh… een tijdje geleden stond ik onder de douche. Toen voelde ik iets in mijn borst. Eerst dacht ik, een opgezet kliertje, net ongesteld geweest, gaat wel weer weg. Maar het bobbeltje bleef. En werd zelfs wat groter.
MIRTHE: Nee toch, hè?
AMBER: (kijkt Mirthe aan met een blik dat ze moet zwijgen – vertelt heel sterk) Ik ben naar de dokter gegaan. Hij heeft me doorgestuurd voor een mammogram, een foto. Verder had ik de klachten die wezen op borstkanker. Ik moest voor een punctie naar een röntgenafdeling in het ziekenhuis. Voor de uitslag ben ik maandag teruggegaan… Het is borstkanker.
Mirthe blijft Amber strak aankijken. Vervolgens slaat ze haar hand voor haar mond en vecht tegen tranen.
MIRTHE: (na een tijdje) Nee! Nee, dat is niet zo. Amber, zit je me nou te dollen?
AMBER: Nee, ik zit je niet te dollen. Op de foto is een duidelijke verdikking te zien. Het is zonder meer borstkanker.
MIRTHE: Maar, heb je er wel een tweede persoon ernaar laten kijken?
AMBER: Zowel de chirurg als de mammacare-verpleegkundige hadden hetzelfde oordeel. En ik heb het zelf ook op de foto gezien.
MIRTHE: Wat nu?
AMBER: De tumor is klein. Ik zit in een vroeg stadium.
MIRTHE: Maar je bent nog zo jong.
AMBER: Ja, ook bij jongere vrouwen, en ook bij mannen, komt het voor.
MIRTHE: Maar Amber, hoe… wat nu verder?
AMBER: De tumor bevindt zich bovenin mijn rechterborst. Omdat hij zo klein is, gaan ze een borstbesparende operatie uitvoeren. Ze verwijderen de tumor met daaromheen een deel gezond weefsel, zodat geen restjes achterblijven. En ze halen een lymfeklier in de okselholte weg.
MIRTHE: Moet je echt geopereerd worden?
AMBER: Op die manier blijft een groot deel van mijn borst intact.
MIRTHE: Je praat erover of het niets is.
AMBER: Ik heb niet bepaald een keuze.
MIRTHE: Kunnen ze geen chemo doen? Of bestralingen? Dus dat ze geen operatie uitvoeren?
AMBER: Eerst moet de tumor verwijderd worden. Daarna is bestraling nodig.
MIRTHE: Moet je allebei?
AMBER: Vrijwel zeker. Maar die operatie aan mijn borst is lichamelijk niet echt een zware operatie, hoor.
MIRTHE: Amber, het is je borst. Jouw eigen eigendommetje. Jouw borst is van jou. Alleen van jou. Het is je vrouwzijn.
AMBER: Het is heel simpel; die operatie moet.
MIRTHE: Kun je niet naar een andere arts? Misschien heb je gewoon en ontsteking aan je melkklier, of zo.
AMBER: Mirthe, doe niet zo paniekerig.
MIRTHE: Mijn kleine zusje heeft kanker en ik mag niet in paniek raken. Je bent verdorie nog geen 35.
AMBER: Zeventig procent van de patiënten met borstkanker hersteld.
MIRTHE: Hersteld?
AMBER: Dat is toch een hartstikke hoog percentage?
MIRTHE: Bedoel je met ‘hersteld’, ‘geneest’?
AMBER: Geneest is niet het juiste woord. Hersteld betekent dat je na vijf jaar nog leeft en niet voor de tweede keer borstkanker hebt gekregen. Die zeventig procent is gebaseerd op mensen die na tien jaar nog steeds leven.
MIRTHE: Amber, je praat over leven en dood alsof we een theekransje houden. Alsof het je niets doet.
AMBER: Natuurlijk heb ik gejankt. Een uur lang. Maar ik heb gehoord over de behandelingen en over mijn kansen. Ik maak een hele goede kans dat ik beter wordt. Ik ben verder hartstikke gezond. Ik beweeg, ik rook niet, drink niet te veel en ik eet gezond. Die tumor is in een gezond lijf terechtgekomen.
MIRTHE: Precies ja! Hoe is dat nou mogelijk? Jij zou het niet moeten krijgen.
AMBER: Er zijn factoren die het risico verhogen, maar iedereen heeft kans om kanker te krijgen.
MIRTHE: Maak alsjeblieft die fles wijn open! Nee, doe me maar iets sterkers. Ik moet mezelf herpakken.
AMBER: Kijk naar mij! Ik straal toch nog steeds als altijd? Ik vlucht niet in de alcohol. Ik hoef niet te vluchten. Ik ga de strijd met geheven hoofd aan.
MIRTHE: Amber, het is k… kanker!
AMBER: Het is zo gemakkelijk te behandelen en de kans op herstel is zo groot. Ik ben sterk!
MIRTHE: (zucht – wat rustiger) Ja, jij was altijd al de sterkste van ons twee. (voelt een snik) Jou krijgt niemand klein. Maar je bent wel mijn kleine zusje. Ik heb altijd gezegd; wie aan mijn zusje komt, komt aan mij… En nu, nu voel ik dat ik moet janken als een baby. Ik heb hier geen grip op.
AMBER: Wie zorgde er op de middelbare school voor dat Martijn je na dagen van stalken eindelijk met rust liet?
MIRTHE: (lacht voorzichtig) Hij heeft vier weken met een blauw oog rondgelopen. Tjonge, je sloeg hem echt vanuit je tenen.
AMBER: En wie lag vroeger op het randje vanwege een infectie en kwam er weer helemaal boven op.
MIRTHE: Ja, je bent sterk. Sterker dan wie ook. Dat weet ik ook wel. Maar ik ben niet zo sterk. En ik moet dit aanzien.
AMBER: Ik kan dit aan. En jij kan dit aan. We redden ons hier samen uit.
MIRTHE: (neemt slokje en stukje kaas/worst) Hoe reageerde mama?
AMBER: Niet zo best. Ze schrok zo dat ze wegliep en de eerste kwartier niet meer binnenkwam.
MIRTHE: En papa?
AMBER: Eerst keek hij mama zwijgend na. Toen schudde hij zijn hoofd. ‘Mijn meisje’ zei hij, ‘Niets of niemand zal mijn meisje ooit laten stoppen met stralen.’
MIRTHE: Zei ‘d ie dat echt?
AMBER: Ja.
MIRTHE: Wat vreselijk lief.
AMBER: Echt niks voor hem, hè? Hij stond zelfs op en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Had ‘ie misschien niet moeten doen. Want toen begon ik te grienen. Maar hij haalde een glas water voor me en kneep me even kort in mijn schouder. En hij hoorde me vervolgens helemaal uit over; hoe nu verder.
MIRTHE: En toen mama terugkwam?
AMBER: Rode ogen, schor. Ze zei alleen nog: ‘We vechten met je mee.’ Toen stond ze op en zei bloedserieus: ‘Ik ga koken. Wil je mee-eten?’ (lacht zacht)
MIRTHE: Hoe is het mogelijk? Ze reageren allebei anders dan ik zou verwachten.
AMBER: Het is een vorm van ontkenning. Mama wil het nog niet geloven. Ze blijft maar zeggen: ‘Misschien hebben ze een fout gemaakt.’
MIRTHE: Het kan wel.
AMBER: Nee Mirthe. Ik heb inmiddels zoveel onderzoeken gehad. En alles blijft op hetzelfde uitkomen.
MIRTHE: Wat is deze kaas lekker, zeg. Van de kaasboer?
AMBER: Nee, gewoon uit de supermarkt.
MIRTHE: Zo vol van smaak. Zacht en toch pittig. Echt overheerlijk.
AMBER: Waarom doe je dit?
MIRTHE: Wat?
AMBER: Waarom ga je over op een ander onderwerp?
MIRTHE: Oh… ik… eh… ik dacht… eh…
AMBER: Je bent bang. Bang voor kanker. Maar daar schiet ik toch niks mee op?
MIRTHE: Ik wil het er best nog even over hebben, hoor.
AMBER: Weet je dat dit bijna altijd gebeurd.
MIRTHE: Wat?
AMBER: Als ik mensen erover vertel, is het eerst van ‘Oh meid, wat ben je zielig.’ Maar als ik verder ga met vertellen, dan moeten ze ineens hoognodig aan het werk of is het weer belangrijker om over te praten.
MIRTHE: Ik deed het niet expres. Ik vind die kaas gewoon super smakelijk.
AMBER: (staat op) Ik zal de verpakking wel even pakken. Kun je zien welke het is. Voor als je de volgende keer in de supermarkt bent.
MIRTHE: Amber, doe niet zo!
AMBER: Het leven gaat toch door? Voor kanker, met kanker, na kanker.
MIRTHE: (na ineengekrompen te zijn) Zoals jij het zegt, klinkt het zo…
AMBER: Het is kanker. Het woord past bij de ziekte. Het is hard en fel en oppermachtig. Een krachtig woord. Wil je nog wat chips ook?
MIRTHE: Zal ik het anders even pakken?
AMBER: Nee hoor. Ik voel me er fit genoeg voor. (af naar de keuken)
Mirthe kijkt tijdens de afwezigheid van Amber wat moeilijk in het rond. Ze wrijft zich in haar gezicht om alles op een rijtje te krijgen. Dan kijkt ze even in haar handtas, controleert haar telefoon op berichten en bergt hem weer op.
Amber komt terug met het pak sap en de kaasverpakking. Deze geeft ze aan Mirthe, terwijl ze wat sap bij schenkt.
AMBER: ’t Is nog de goedkoopste kaas die er in de koeling ligt ook.
MIRTHE: (kijkt even naar de verpakking en legt hem dan naast zich) Amber, vertel me! Hoe voel je je nu echt?
AMBER: Ik voel me echt goed.
MIRTHE: Maar als je wat verder vooruit kijkt.
AMBER: Die parachutesprong gaat nog komen, hoor.
MIRTHE: Ja maar…
AMBER: En bungeejumpen staat ook nog gewoon op mijn lijstje.
MIRTHE: Maar stel dat je… stel dat het allemaal niet zo makkelijk gaat.
AMBER: Positivo!
MIRTHE: Moet je dan niet nadenken over als… als je… je weet wel.
AMBER: Waarom spreek je de woorden niet gewoon uit?
MIRTHE: Amber, het valt me allemaal wat rauw op mijn dak. Ik heb me niet bepaald kunnen voorbereiden.
AMBER: Waarom zoek je steeds oplossingen voor dingen die misschien gaan gebeuren. Waarom pak je niet de positieve kant?
MIRTHE: Er is niks positiefs aan k… aan kanker.
AMBER: Als ik die ziekte overwin, zal ik meer positieve gevoelens voelen dan met welk ander iets dan ook.
MIRTHE: Je moet onder het mes. Ze gaan in je snijden. Ze halen iets uit je weg. Daarna moet je die vreselijke vervolgbehandelingen ondergaan. Dat is een lijdensweg.
AMBER: Hou toch op!
MIRTHE: Ik ben reëel. Natuurlijk hoop ik op een goede afloop. Maar ik houd ook rekening met het ergste.
AMBER: Jij zou me juist moeten opvrolijken. Jij zou tegen mij moeten zeggen: ‘Meisje, het komt allemaal wel goed. Wees maar niet bang!’ Maar in plaats daarvan zit je me angst in te boezemen. (lacht zuur) Leuke woordspeling; boezemen…
MIRTHE: Vind je dat niet logisch dan? Je bent ziek. En je zult zieker worden. Stel dat het niet allemaal zo simpel loopt. Dat er allerlei vervelende complicaties komen. Dat je…
AMBER: (onderbreekt) Stop! Houd maar op! Ik wil er niks slechts meer over horen. Praat maar weer over die kaas! Over die goedkope, overheerlijke, supersmakelijk kaas.
MIRTHE: Amber, houd op!
AMBER: Dat is toch wat je wilt? Alles beter dan over mijn ziekte te praten.
MIRTHE: Jij stapt nu op een ander onderwerp over. Ik niet.
AMBER: Nee, jij niet. Jij doet alsof ik al dood ga.
MIRTHE: (na moeilijk stilmoment) Amber, het is gemeen dat je dat zegt!
AMBER: (is opgestaan, loopt een rondje – gaat weer zitten) Ik wil naar de toekomst kijken. Naar het later na mijn ziekte. Ik geloof erin dat ik beter word. Dat ik het ga winnen. Maar jij, jij doet alleen maar gestresst en hebt het alleen maar over; wat als het misgaat. Daar wil ik niet aan denken, Mirthe!
MIRTHE: Ik ook niet. Ik ben gewoon bang om je te verliezen…
AMBER: Je verliest mij niet!
MIRTHE: Dat kun je niet beloven.
AMBER: Mocht het alsnog misgaan, dan heb ik nog tijd genoeg om je daarop voor te bereiden.
MIRTHE: Oh Amber, je bent nog zo jong! Het is niet eerlijk.
AMBER: Nee, het is eerlijk dat je geboren wordt in een land waar honger is en armoede. Waar je geen enkele kans maakt op een toekomst. Waar je als kind niets hebt en waar je, als je het redt om op te groeien, nog steeds niks hebt. En waar je voor je veertiende al tien keer verkracht bent door hitsige kerels die je zien als hun bezit. Noem je dat soms eerlijk?
MIRTHE: Nu ben je zelf zwart-wit.
AMBER: Ik heb meer dan dertig gezonde jaren gehad. Heb geleefd in overvloed. Had altijd te eten, heb een vader en een moeder die van mij houden, een zus die om me geeft en heb nooit een cent hoeven omkeren. Mijn vette jaren zijn misschien gewoon even voorbij.
MIRTHE: Ik ben toch ook niet ziek?
AMBER: Misschien heb ik het gekregen, omdat ik het beter dragen kan dan jij. Of omdat ik geen kinderen en man heb die met mij mee moeten lijden.
MIRTHE: Dat heeft er niets mee te maken.
AMBER: Wat wil je horen dan? Wil je soms dat ik ter aarde stort en watervallen huil?
MIRTHE: Nee!
AMBER: Wat dan?
MIRTHE: Ik wil je gewoon niet kwijt. Ik wil dat je weer gezond bent.
AMBER: Mirthe, over een jaar lopen we misschien weer samen over het strand. Genieten van de bruisende zee en de ondergaande zon. Onthoud! Na magere jaren komen weer vette jaren.
…