HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken

Blijspelen
Kluchten
Thriller
Drama/Toneelstukken
Eenakters
Damestoneel
Kind- en Jeugdtoneel

Damestoneel

Wie niet weg is, is gezien (6 dames)

© 2005

1 keer door een vereniging opgevoerd.

'Wie niet weg is, is gezien' is een blijspel, met enkele hilarische momenten en vol doordachte grappen. De vele draaiingen in het verhaal zorgen voor een grote warboel, maar het stuk blijft goed te volgen.
Linda wordt helemaal gek van haar moeder die er voortdurend op hamert dat ze aan de man moet. Ook haar andere bemoeizuchtigheid is Linda meer dan zat.
Als op een dag vriendin Hagar paniekerig bij Linda aankomt, omdat ze getuige is geweest van een beroving en bang is dat de politie haar zal aanwijzen als de dader, biedt Linda haar een toevlucht aan. Echter, Hagar wil geheel onherkenbaar zijn, dus ze verkleedt zich als man wat het er allemaal niet makkelijker op maakt. Puck, Linda's collega van het werk, komt met het dramatische verhaal dat Hedwig, de vrouw van de baas, haar man een paar rake klappen heeft verkocht, omdat zij hem betrapte met zijn secretaresse. Tot ieders verbazing durft manlief toch een aanklacht tegen zijn vrouw in te dienen, waardoor Hedwig ook bij Linda wil schuilen.
Hagar kan als man niet aan alle bezoekers ontkomen en al snel weet moeder Felicia, tot haar grote vreugde, dat 'Floris' de nieuwe geliefde is van haar dochter. Hedwig denkt echter dat Floris Linda's broer is en ze probeert hem te verleiden.Als dan ook Silvia Sanders, een verslaggeefster van een krant, langskomt om meer te weten te komen over Hedwigs acties, stuit ze op meerdere vreemde verhalen die stuk voor stuk rijp zijn voor de voorpagina.
En helaas heeft Puck iets gehoord van Hagars onderduiken, waardoor ze denkt dat Linda medeplichtig is aan het helpen van een misdadiger. Als zij met Silvia op verder onderzoek gaat en ze hiervoor zelfs bij Linda inbreken, waarna ook moeders even komt controleren of Floris toevallig is blijven slapen, wordt het erg moeilijk voor Linda om iedereen verscholen te houden. Als dan ook blijkt dat er een aantal flinke leugens zijn verteld, lijkt alles op Linda's bordje terecht te komen…


Korte dialoog

...

 
Het podium is donker. Er staat enkel een klein nachtlampje aan.
Er klinkt gestommel. Dan komen er twee mensen binnen; Silvia en Puck. Ze hebben donkere/zwarte kleding aan. Silvia heeft een zaklamp vast waarmee ze in de rondte schijnt. Ze proberen zachtjes te doen, maar Puck struikelt ergens over.
 
PUCK: Au!
SILVIA:: Sst!
PUCK: D'r stond iets.
SILVIA:: Kijk dan waar je loopt.
PUCK: Ik heb je toch al gezegd dat ik nachtblind ben. Ik zie geen hand voor ogen.
SILVIA:: Loop mij dan maar achterna.
PUCK: (na een tijdje) Ik voel me een echte inbreker. Ik vind het niks.
SILVIA:: Een goed verslaggeefster gaat tot het uiterste en ja, sommige mensen zijn nog steeds zo stom om hun sleutel onder de deurmat te verstoppen.
PUCK: Maar daar heb je de sleutel toch helemaal niet gevonden?
SILVIA:: Geloof me, als je bij iemand voor de deur staat, dan weet je altijd zeker dat er ergens een sleutel verstopt zit. Dat Linda hem nou in de bloempot gedaan had, in een boterhamzakje nota bene, maakt het speuren niet veel moeilijker. Dat is de tweede favoriete plek zo ongeveer.
PUCK: Oh, ik voel me echt heel verkeerd nu.
SILVIA:: Dit is niks verkeerds. Het enige wat wij willen, is achter de waarheid komen. En je weet toch zeker dat je Linda met een vrouw hoorde praten over onderduiken en de politie ontduiken?
PUCK: Jawel, maar ik heb Linda er niet naar gevraagd. Misschien heeft ze een hele logische verklaring.
SILVIA:: En Hedwig is ook nog eens zoek. Haar man heeft haar na het voorval op het bureau niet meer gezien. En hij heeft gezegd dat ze hem onterechte klappen heeft gegeven.
PUCK: En jij gelooft dat natuurlijk direct. Walter is zo braaf.
SILVIA:: Misschien heeft die psychopathische onderduiker Hedwig wel van kant gemaakt. Ze moest onderduiken voor de politie; nou, dan heeft ze vast iets ergs op haar geweten. Misschien is … oh nee … was Hedwig daar wel achter gekomen.
PUCK: Nou ja, zeg. Wat heeft Hedwig nou met die vreemde onderduiker te maken? Dat zijn twee hele andere verhalen.
SILVIA:: Misschien wel helemaal niks. Maar stel dat ze inderdaad iets gezien, gehoord of ontdekt heeft. Dan is ze daarvoor uit de weg geruimd.
PUCK: Je denkt toch niet echt dat Hedwig iets ergs is overkomen?
SILVIA:: Ik heb met de buurvrouw gesproken en die heeft Hedwig hier eerst naar binnen zien gaan, toen weer naar buiten en toen weer naar binnen. Misschien werd ze gedwongen om weg te gaan en om dan weer onopvallend terug te lopen. Dat de buurvrouw ze alsnog zag, dat kan onvoorzien zijn geweest.
PUCK: Ik vind het allemaal een beetje te ver gaan, hoor. Het kan best zijn dat Linda hier iemand achterhoudt, maar verder wil ik niet denken.
SILVIA:: Ik ruik een prachtstory. Dit wordt echt een knaller. Iedereen zal morgen 'Het Nieuws' willen kopen. Er is geen groter nieuws. (geniet nog even) Nou vooruit, kijk jij in de keuken, dan kijk ik in de slaapkamer.
PUCK: Wat? Wil je echt daarbinnen gaan kijken?
SILVIA:: We moeten toch kijken of er werkelijk een onderduiker is en of ze misschien bewijzen heeft achtergelaten van haar misdaad?
PUCK: Maar Linda slaapt in de slaapkamer. Ze zal zich dood schrikken.
SILVIA:: Goed, we gaan alleen kijken of die onderduiker er is en of Hedwig te vinden is. Vinden we haar niet in de keuken of de slaapkamer, dan gaan we in de tuin zoeken.
PUCK: Silvia, heb jij er nooit over nagedacht om rechercheur te worden en op de afdeling 'Moordzaken' te gaan werken?
SILVIA:: Ja natuurlijk wel. (wacht even - verbitterd) Ik ben afgekeurd.
PUCK: Oh, sorry. Dat wist ik niet.
SILVIA:: Kom, dan kijken we samen eerst in de keuken. Daar hoort Linda ons niet, dus daar kunnen we alles wat beter onderzoeken.
PUCK: Waar moet ik naar zoeken?
SILVIA:: Bloedsporen… Een wapen… Misschien een in stukken gehakt lichaam die in de vuilnisbak gefrommeld is. Alles kan wijzen op een misdaad.
PUCK: (walgend) Ieuw…
 
Puck en Silvia gaan af naar de keuken. Niet veel later komt Felicia op. Heel zacht.
 
FELICIA: Eens zien of Ridder Floris is blijven slapen. Dan gaat het in ieder geval de goede kant op. Zo niet, ach, dan zal ik Linda eens vertellen hoe een leuke man het is. Van haar moeder neemt ze dat heus wel aan. Oh nee, ik kan haar beter maar niet wakker maken. Ze heeft haar slaap nodig. Ze hoeft niet eens te weten dat ik geweest ben trouwens. (merkt dat ze ratelt - doelgericht) Slaapkamer!
 
De telefoon gaat. Felicia schrikt zich een hoedje en snelt naar de keuken.
Het duurt even tot Linda opkomt. Ze doet een lamp aan en loopt rekkend naar de telefoon.
 
LINDA: (slaperig) Het is niet te geloven, wie gaat er nou bellen op dit tijdstip? (neemt de hoorn op) Met Linda van der Molen… (geschrokken) Martin? … Weet je wel hoe laat het is? … Nee, Hagar is hier niet… Wat is er? Je klinkt overstuur … Nee, ze is hier ook niet geweest… Rustig maar Martin! … Wat? … Wat zeg je nou? Ik kan je niet verstaan! … Ja, ik merk dat je erge spijt hebt… Ja, ik hoor dat je huilt. Maar waarom dan? … Goed, als ik haar zie, zal ik zeggen dat je gebeld hebt … Misschien wel … Ja, goed… Dag Martin! (hangt de hoorn op en kijkt vragend) Vaag gesprek! (denkt even) Zal ik Hagar wakker maken?
 
Plots klinkt er een harde gil vanuit de keuken. Felicia komt versneld op. Linda schrikt ervan en springt overeind.
 
FELICIA: Inbrekers! Linda, er zitten inbrekers in je huis.
LINDA: (boos, maar vooral verbaasd) Mam! Wat doe jij hier nou? Het is midden in de nacht.
FELICIA: Twee mensen met hele donkere kleren staan in je keuken. Roep Floris! Tenminste, als die er is.
LINDA: Nee, die is er niet.
FELICIA: (paniekerig) Wat sta je daar nou te staan!? Bel de politie.
 
Puck komt strompelend op, het is duidelijk te zien dat ze van achteren opgeduwd wordt.
 
LINDA: Wat doe jij hier in vredesnaam?
PUCK: Ehm… ik… ehm… Ik heb geen idee.
FELICIA: Ken je die misdadiger?
LINDA: Nou ja, dit slaat alles. Hoe… Waarom…? Ik weet niet eens wat ik moet zeggen.
PUCK: Ehm… nou… ik… ehm… ik kan het wel uitleggen.
LINDA: Nou, dat is je geraden ook.
 
Hedwig komt haastig op vanuit de slaapkamer. Haar haar is met krulspelden opgestoken. Ze heeft een groot T-shirt aan.
 
HEDWIG: Wat is hier allemaal aan de hand? Ik hoor alleen maar geschreeuw.
FELICIA: En wie ben jij?
HEDWIG: Hee, dat is toch iemand die in mijn mans bedrijf werkt. Hoe heet je ook weer? Puck is het niet. (doet stap naar achteren - rechtlijnig) Heeft Walter je gestuurd?
PUCK: (allemaal gehakkel) Walter? Waarom zou Walter mij…? Ik… Wat moet ik zeggen?
LINDA: Leg maar gewoon uit wat je hier doet en net zo belangrijk; hoe ben je binnengekomen?
PUCK: Nou, ik… ik ben hier met… ehm… met iemand anders…
LINDA: Met iemand anders. (kijkt met een ruk naar haar moeder) Mam, waar ken jij Puck van?
FELICIA: Puck, wie is Puck? Ik ken helemaal geen Puck. Ja, wel Pluk van de Petteflet, maar die zul je niet bedoelen. Oh nee, dat is Puk met een 'l'. Waar maak ik me eigenlijk druk om? Linda! Haal die tweede inbreker uit je keuken vandaan, voor 'ie alles inlaadt en meeneemt.
 
Achter de schermen klinkt een harde gil, als van iemand die naar beneden valt. Iedereen kijkt verschrikt. Vervolgens haasten ze zich allemaal naar de keuken. Hagar alias Floris, ze is weer gekleed als man, komt vanuit de slaapkamer op met een karatesprong. Ze kijkt heel verbaasd als ze niemand ziet.
 
HAGAR: Huh? Net hoorde ik nog allemaal paniekerige stemmen. (denkt even na) Oh, maar wacht… ik hoorde ook een harde gil. (kijkt naar keuken) Vanuit de keuken… (kijkt vragend)
 
Hagar wil afgaan naar de keuken, maar Linda komt al op, achterom kijkend naar Puck die haar volgt, waardoor ze tegen Hagar dreigt aan te botsen, maar Hagar kan net opzij stappen.
 
LINDA: Met wie was je hier, Puck?
PUCK: Nou, dat is… (wordt onderbroken)
FELICIA+HEDWIG TEGELIJK: Floris!
LINDA: (stort zo ongeveer in) Oh nee, hè!
FELICIA: Linda, je zei dat 'ie weg was.
HEDWIG: Ja Linda, je zei dat 'ie ervandoor was, omdat ik hem zo had laten schrikken.
HAGAR: (met mannenstem) Ik eh…
HEDWIG: Oh Floris, ik ben zo blij dat ik je tref. Ik wil je zo graag mijn verontschuldigingen maken. Het was echt niet mijn bedoeling om je te bespringen en ik… (wordt onderbroken)
LINDA: Hallo!? Er is iemand naar beneden gevallen. Moeten we niet even gaan kijken hoe het met diegene is.
PUCK: Ja, dat vind ik ook.
LINDA: (met boze blik naar Puck) Het zou al helpen als je gewoon vertelde wie het is. Misschien hoeven we ons dan minder te haasten.
FELICIA: Oh Floris, wat leuk dat je bent blijven slapen. Lin, dan is het dus echt helemaal echt. (klapt kinderlijk haar handen op elkaar) Wederzijds en net rozengeur en maneschijn.
LINDA: Mam, hou op! (met zucht) Ik ga buiten kijken.
 
...

HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken