HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken

Blijspelen
Kluchten
Thriller
Drama/Toneelstukken
Eenakters
Damestoneel
Kind- en Jeugdtoneel

Eenakters
De klok van acht houdt de wacht (2 dames, 2 heren)
 
© 2007
 
2 keer door een vereniging opgevoerd
 

Het verhaal
 
Kirsten heeft een nieuwe baan en betrekt daarom een nieuwe woonruimte. Haar huisbazin, mevrouw de Wit, is een irritante kwebbelaar, maar Kirsten is allang blij dat ze iets gevonden heeft.
Haar vrienden Sven en Merijn, met wie ze beiden een relatie heeft gehad en die beiden nog niet over haar heen zijn, helpen met de verhuizing.
Dan blijkt dat mevrouw de Wit geen mannelijk bezoek na 8 uur 's avonds wil hebben. Maar het gesjouw en verhuizen is nog lang niet klaar. Terwijl Merijn Chinees is gaan halen, verkleed Sven zich als vrouw. Mevrouw de Wit weet dat het niet klopt, maar kan niet ontdekken hoe het zit. Dan komt Merijn terug van de Chinees en mag er van mevrouw de Wit natuurlijk niet meer in. Sven en Kirsten weten hem naar boven te smokkelen, al zal Merijn zijn avond wel verder in de kast moeten doorbrengen. Echter, hij vindt ook wat foute dameskleding en make-up, waarna hij ook als vrouw, nou ja vrouw, tevoorschijn komt. Mevrouw de Wit hoort toch echt mannenstemmen, maar ze kan maar geen heren ontdekken.
Als dan de buurvrouw ook nog eens laat merken dat ze vreselijk om aandacht verlegen zit en een heleboel herrie produceert, is voor Kirsten de maat vol.
 
 
Korte dialoog
 
Er wordt op de deur geklopt waarna Fransijn binnen komt stappen.
 
FRANSIJN: Kirsten, het is over achten.
KIRSTEN: Ja…? Ik kan klok kijken…
FRANSIJN: Geen mannelijk bezoek meer op je kamer dus…
KIRSTEN: Hoe bedoelt u?
FRANSIJN: Na acht uur ’s avonds mag er geen mannelijk bezoek meer op je kamer zijn. Het is nu 1 over acht, dus u breekt de regels uit het contract.
KIRSTEN: Geen mannenbezoek? Staat dat in het contract?
FRANSIJN: Jazeker. En u heeft daarvoor getekend, dus sorry jongeman; morgen is er weer een dag.
KIRSTEN: Hij is net bezig aan een kopje koffie.
FRANSIJN: (denkt even na) Vooruit dan. Die mag hij opdrinken. Maar daarna is het… wieberen!
SVEN: Natuurlijk mevrouw, ik zal opschieten.
FRANSIJN: Fijn, ook weer geregeld. Prettige avond verder. (af)
KIRSTEN: ’t Is toch niet te geloven. Geen mannelijke bezoekers meer na acht uur ’s avonds. Alsof ik een pubermeisje ben dat met elke gozer die ik tegenkom het bed in duik… Tsch!
SVEN: Nou, ik zou, als ik jou was, het contract er nog even op naslaan. Even zien of het wel klopt wat je zegt.
KIRSTEN: Dat zal vast wel. Zo’n vrouw is het wel. Ze wil alle touwtjes in handen houden… Ja, zo’n type is het.
SVEN: Sorry dat ik het zeg, maar misschien had je het contract toch wat beter moeten lezen.
KIRSTEN: Daar kreeg ik de kans niet voor. Ze kletste voortdurend door. Als een waterval. Maar ik zoek het inderdaad even op. Als ik tenminste weet wat ik met dat contract gedaan heb. (begint wat in de spullen te rommelen)
SVEN: Zal ik de dozen in de (met nadruk) ‘inloopkast’ even bekijken?
KIRSTEN: Je vindt het echt een prachthok, hè?
SVEN: (glimlacht) Ja, geweldig gewoon. (wat geschrokken) Of is dat heel homoachtig?
KIRSTEN: Al was dat het, maakt het uit? Je zegt gewoon wat je vindt. Dat is alleen maar goed.
SVEN: (met homostem) Nou, dan vind ik inderdaad dat het tijd is om de inloopkast even grondig te inspecteren.
KIRSTEN: Doe dat! (Sven de kast in – Kirsten blijft tussen de spullen zoeken die nog in de kamer staan) Contract, contract? Hij moet hier ergens liggen. (gaat rechtop staan) Eens even denken. Ik stond met mevrouw de Wit hier toen we het over het contract hadden. Zij ratelde maar door en ik probeerde de papieren te lezen. Zij bleef doorratelen. En toen… eh… ratelde ze nog steeds… waarop ik besloot maar te tekenen. Was ook stom natuurlijk, maar goed… Toen scheurde zij er één blad vanaf en het andere blad gaf ze aan mij. Toen ging ze weg. Ik dacht aan Sven die buiten stond met de aanhanger en ben naar beneden gegaan… Ja ja, maar waar ging dat contract naartoe? (denkt even diep na) Pff! Ik weet het echt niet meer. (tot Sven) Sven, heb jij hem nog niet gevonden?
SVEN: (vanuit de kast) Nee! Maar ik ben wel al bijna verdwaald hier. ’t Is echt groot hier.
KIRSTEN: (lacht) Kijk maar uit dat je de geheime wereld van Narnia niet binnentreedt?
SVEN: Nou, mijn rug is inderdaad niet zo heel goed…
KIRSTEN: (kijkt niet begrijpend) Je rug?
SVEN: Ik heb wel al eens een paar dagen plat moeten liggen, omdat ze bang waren dat ik een hernia had of dat het bijna zou gaan gebeuren.
KIRSTEN: (zacht bij zichzelf) Een hernia? (denkt na) Oh… zo. Narnia… hernia, ja, wat scheelt het? (weer wat luider) Zoek je nog even door?
SVEN: Natuurlijk. Al heeft het wel erg veel weg van het zoeken naar het kleinste schroefje in een propvolle gereedschapskist.
KIRSTEN: Oh, dat rotcontract. Ik had beter moeten lezen. Als pa dit hoort… Oh verdorie, zodadelijk komt Merijn natuurlijk terug met het eten. Hij kan er niet langs bij mevrouw de Wit. Ze houdt hem vast tegen. Arme jongen.
SVEN: Kirsten?
KIRSTEN: Ja.
SVEN: Waar heb je je lippenstift?
KIRSTEN: Mijn wat?
SVEN: Je lippenstift. En je mascara?
KIRSTEN: Waar heb je dat in vredesnaam voor nodig? Wil je een nieuw contract maken?
SVEN: (stapt de kast uit, gehuld in vrouwenkleding) Nou, ik denk dat ik zó nog te erg op een mannelijke bezoeker lijk.
KIRSTEN: (begint te lachen) Sven, wat heb jij nou gedaan?
SVEN: Geen mannenbezoek… Maar misschien is vrouwenbezoek niet verboden.
KIRSTEN: Hoe gek kun je zijn?
SVEN: Je moet nog hartstikke veel opruimen. Dan ga ik toch niet al weg?
KIRSTEN: Zot!
SVEN: (met vrouwenstem) Lippenstift, rouge en mascara alsjeblieft!
KIRSTEN: Misschien heb je al die tijd toch gelijk gehad. Als je alleen maar zussen en geen vader hebt, raak je ermee besmet. (lacht) Ik pak het voor je. (naar de keuken/badkamer)
SVEN: Even denken. Hoe zal ik me vanavond gaan noemen? Ehm… Iris? Nee, dan moet ik denken aan die meid van de middelbare school. Hoe lang is die niet verliefd op me geweest? Best wel zielig eigenlijk. Sascha? Ja, dat wordt hem, Sascha. Past wel bij me.
KIRSTEN: (op met make-up tasje) Doe het maar even in de badkamer voor de spiegel.
SVEN: Je denkt toch niet dat ik die troep netjes op mijn gezicht krijg? Ik ben glazenzetter, geen visagist.
KIRSTEN: (echt geschrokken) Oh, omdat je zoveel verstand had van die make-up namen ging ik ervan uit dat je…
SVEN: Ik ben geen travestiet, Kirsten!
KIRSTEN: Goed, kom maar hier. (ze begint Sven op te maken, wat gelach en reacties op de make-up – na een tijdje) Zo mevrouw, u bent klaar.
SVEN: (met vrouwenstem) Noem me maar Sascha! Mevrouw maakt me direct zo oud!
 
Er wordt weer op de deur geklopt, waarna de deur openzwaait en Fransijn weer voor hun neus staat. Sven gooit snel het tasje met make-up spullen de kast in.
 
FRANSIJN: Het is inmiddels 7 over 8. Uw bezoek is nog steeds niet vertrokken.
KIRSTEN: Oh jawel, hoor.
FRANSIJN: Niet waar. Ik heb niemand weg zien gaan.
KIRSTEN: Sven is echt al weg. Maar ik wil je graag voorstellen aan Sascha, een vriendin van me.
FRANSIJN: (bekijkt Sven van top tot teen) Maar…
SVEN: (zeer vrouwelijk) Dag mevrouw de Wit. Wat heeft u mijn vriendin een prachtige kamer gegeven. Vooral die inloopkast. Is het geen beeldje?
FRANSIJN: Oh, nou… ehm… mijn excuses dan.
KIRSTEN: Vrouwelijk bezoek is toch geen probleem?
FRANSIJN: Nee, vanzelfsprekend niet. Maar wel om 11 uur stil zijn, hè?
KIRSTEN: Doen we. Ik wil toch vroeg naar bed vanavond.
FRANSIJN: (kijkt rond) Goed… prettige avond dan maar.
SVEN: U ook hoor.
KIRSTEN: Bedankt.
 
Fransijn werpt nog een laatste blik door de gehele kamer en gaat dan weer af. Even houden Kirsten en Sven zich in, vervolgens beginnen ze allebei te lachen.
 
KIRSTEN: Dat gezicht! Geweldig. Ze geloofde het echt niet, maar ze moest wel.
SVEN: Die hebben we mooi om de tuin geleid.
KIRSTEN: En jij bent echt helemaal gestoord.
SVEN: (vrouwelijk) Nou nou Kirsje, een beetje beleefd tegen je gasten, hè? Anders ga ik naar huis en zoek je het maar uit met je vrachtje hier!
KIRSTEN: Zonde van het Chinese eten! (schrikt) Oh ja, het eten. Merijn komt daar zodadelijk mee terug. Die komt nooit langs mevrouw de Wit.
SVEN: Oei, dat is ook zo.
KIRSTEN: En reken maar dat hij zoveel stennis schopt dat ze mij er straks op aan zal spreken. Dan heb ik het gedaan.
SVEN: Ja, een driftkikker is ‘ie soms wel, hè?
KIRSTEN: Hij kan niet tegen onrecht, da’s wat anders.
SVEN: Ik toch ook niet?
KIRSTEN: Dat klopt, maar… Ach, daar gaat het nu niet om. Hoe krijgen we hem naar boven, zonder dat mevrouw de Wit hem ziet?
SVEN: Ja, er zit niks anders op. Je hebt nog een prachtige rok in die dozen zitten, dus… Merijn zal er ook aan moeten geloven.
KIRSTEN: Dat doet ‘ie nooit. Vindt ‘ie zichzelf te stoer voor.
SVEN: (schiet idee te binnen) Ah! Ik weet het. Er ligt nog een kleed in de aanhanger. Die om je computer en televisie heen zat, ter bescherming. We wikkelen hem daar zodadelijk in en tillen, nou ja, we laten het lijken op tillen, hem zo naar boven. Alsof we nog een groot pakket naar boven sjouwen.
KIRSTEN: Geen verkeerde oplossing. Maar ja, hoe weten we wanneer hij terugkomt?
SVEN: We zullen hem buiten even moeten opwachten.
KIRSTEN: (bekijkt Sven’s schoenen) Oei! Mazzel dat mevrouw de Wit die schoenen niet gezien heeft. Net afgetrapte voetbalschoenen. Nog erger zelfs.
SVEN: Heb je niet een paar gympen die jou iets te groot zijn?
KIRSTEN: (pakt doos erbij en zoekt erin – Sven doet zijn schoenen uit) Hier zitten mijn schoenen in, dus als ik wat heb… (houdt uiteindelijk een paar grote tijgersloffen omhoog) Is dit wat misschien?
SVEN: Beter dan niks. (pakt sloffen aan en trekt ze aan) Gelukkig rekken ze een beetje mee.
KIRSTEN: Mooi zo, dan kan ik ze daarna weggooien.
SVEN: Hoe bedoel je?
KIRSTEN: Ik heb ze van mijn moeder gehad, maar ik vind ze echt afgrijselijk. Als ik een reden heb om ze weg te doen, grijp ik dat natuurlijk met beide handen aan.
SVEN: Nou, als jij tegen je moeder zegt dat ze te groot zijn geworden, wast ze ze voor je. Dan krimpen ze precies genoeg.
KIRSTEN: Je hebt een man gemist in je leven.
SVEN: (vrouwelijk treurig) Ja, het is ook vreselijk. Mijn jeugd was één grote ellende. Geen man die me wat bijbracht over mijn mannelijkheid, ik moest het allemaal zelf uitzoeken.
KIRSTEN: Schiet nou maar op. Merijn kan elk moment terugkomt.
 
Dit keer wordt er niet geklopt, maar stormt Fransijn wel de kamer binnen.
 
FRANSIJN: Het is ongeoorloofd, het is een schande. Er staat beneden een jongeman in de gang die weigert te vertrekken.
KIRSTEN: Een jongeman met een tas vol Chinees eten zeker?
FRANSIJN: Wat? Daar heb ik toch helemaal niet op gelet? Hij zegt wel dat hij naar boven moet. Dat ik maar eens even aan de kant moet gaan. Mooi niet. Mevrouw Donker, ik eis dat u hem nu wegstuurt. Geen denken aan dat hij mijn trap opgaat! Niet na achten ’s avonds.
KIRSTEN: Maar natuurlijk mevrouw de Wit. Ik regel dat direct.
SVEN: (vrouwelijk) Ik loop wel even mee. Die heer beneden is een taaie.
FRANSIJN: Wilt u vanaf nu uw mannelijke kennissen op de hoogte stellen van de bezoekersregel? Ik heb geen zijn om elke avond mijn eigen huis te bewaken.
KIRSTEN: Natuurlijk. Ik wist het eerst ook nog niet natuurlijk. Dat van die regel. Maar het wordt geregeld, hoor. Kom Sv… Sascha, we gaan even naar Merijn toe. (de twee gaan af, Fransijn blijft in de kamer)
FRANSIJN: Mooi zo, die blijven wel even weg. Kan ik mooi ontdekken waar ze die knul van daarstraks verstopt hebben. (loopt naar de keuken/badkamer en gaat naar binnen – komt terug) Nou, netjes hoor. Het koffiefilter is al direct opgeruimd. (loopt naar de inloopkast) Hier passen wel vier kerels in. (gaat naar binnen – komt weer naar buiten) Verdorie, ook geen vent te verkennen. Hoe heeft ze dat toch gedaan? Of zal hij echt precies vertrokken zijn toen ik het groenafval naar de container bracht? Ja, het zou precies kunnen. Nou ja, ik houd haar in de gaten. Niemand solt met mevrouw de Wit. (af)
 
Het duurt nog even, dan komen Kirsten en Sven op met een kleed, waaronder Merijn verstopt zit. Bijna vallend komen ze de kamer in.
  
...
 


 
Van een koude kermis (6/5 dames, 2/3 heren)
 
© 2007 Toneelteksten.nl

2 keer door een vereniging opgevoerd


Het verhaal
 
De café-eigenaar Stefan heeft een druk bezocht café met niet alleen zijn vaste klanten, zoals Karel, maar er komen ook heel wat anderen binnenwandelen. Zoals de twee vriendinnen Marjolein en Dagmar die praten over hun leventje, waarin vooral voor Marjolein nogal bezig is met het mannenvolk. Een Adèle, een rijke weduwe. Verder de zieneres Sofia die elke sfeerverandering aanvoelt en zich verantwoordelijk voelt voor het neutraliseren van negatieve stralingen. De sfeer in het café is prima, maar dan voelt Sofia iets naderen. Het heeft iets te maken met de komst van Jasper die met zijnmoeder een drankje komt drinken in het café. Is het de manier waarop de moeder omgaat met haar zoon of zit er toch meer achter?
 
 

Toneelvereniging OONA Hillegom

Korte dialoog
 
ADÈLE: Ja, misschien is dat geen verkeerd idee. (Stefan komt op, Dagmar wenkt hem direct, Stefan loopt naar hen toe)
KAREL: Wat mag het zijn?
 
LICHT GERICHT OP ADÈLE EN KAREL UIT – LICHT DAGMAR EN MARJOLEIN AAN, Stefan staat bij ze.
 
DAGMAR: Ik wil graag nog een rode wijn.
MARJOLEIN: En ik een rum-cola.
STEFAN: Natuurlijk, komt eraan.
DAGMAR: Oh, en heeft u misschien iets van een bakje tortillachips of zoiets?
STEFAN: Wilt u de kleine hapjes kaart zien?
DAGMAR: Kunt u ook opnoemen waar we uit kunnen kiezen?
STEFAN: Natuurlijk, we hebben bittergarnituur; normaal of de luxe versie. Een kaasplankje met vier soorten kaas. Ook serveren wij brood met knoflookboter en tapenade. En mocht u iets groters willen, we hebben enkele plates of een tosti of een omelet.
MARJOLEIN: Klinkt goed.
DAGMAR: Wat wil jij, Marjolein?
MARJOLEIN: Zullen we het brood doen?
DAGMAR: Lekker!
STEFAN: Verder nog iets?
DAGMAR: Nee, dank u.
MARJOLEIN: Ik heb nog wel een vraag.
STEFAN: Gaat uw gang?
MARJOLEIN: Bent u als enige eigenaar van dit cafeetje?
STEFAN: Tegenwoordig wel, ja.
MARJOLEIN: Tegenwoordig?
STEFAN: Ik ben het vijftien jaar geleden gestart met mijn vrouw.
MARJOLEIN: Ach, wat vervelend.
STEFAN: Maar ik red me best, hoor.
MARJOLEIN: Gelukkig maar. Het is een gezellig tentje.
STEFAN: Dank u wel. Ik zal uw bestelling klaarmaken.
MARJOLEIN: Ja, bedankt. (Stefan loopt weg en gaat af naar de keuken)
DAGMAR: Waarom deed je dat?
MARJOLEIN: Wat?
DAGMAR: Zo vreselijk nieuwsgierig zijn.
MARJOLEIN: Ik maakte gewoon een praatje. Wat is daar fout aan?
DAGMAR: Je kent hem niet eens.
MARJOLEIN: Ik heb hem al eerder gezien. Hij is hier altijd aan het werk. En altijd alleen. En ik heb me steeds afgevraagd of hij het echt helemaal in zijn eentje deed.
DAGMAR: Je bent ook wel een bijzonder mens, hè?
MARJOLEIN: Het lijkt me zo’n schat.
DAGMAR: Wie?
MARJOLEIN: Die eigenaar.
DAGMAR: Natuurlijk, we zijn klanten. Logisch dat hij dan aardig doet. Hij wil ons niet kwijt.
MARJOLEIN: Wat vind jij van hem?
DAGMAR: Hoe bedoel je?
MARJOLEIN: Lijkt hij je ook aardig?
DAGMAR: Gewoon…
MARJOLEIN: Hoe oud zal hij zijn?
DAGMAR: Marjolein, doe normaal, joh!
MARJOLEIN: Iets voor jou?
DAGMAR: Nou ja! Schei uit, zeg!
 
LICHT GERICHT OP DAGMAR EN MARJOLEIN UIT – LICHT ADÈLE EN KAREL AAN
 
 
 U maakt me helemaal verlegen. Ik bloos er gewoon van.
KAREL: Dat betekent dat het u nog niet vaak gezegd is. Maar u verdien het, hoor.
 Goed, genoeg nu!
KAREL: Je vin het stiekem harstikke fijn…
 Maar mijn rode gezicht past me niet. Iedereen kan dan zien hoe ik me voel. Daar houd ik niet van. (Sofia laat zich op de achtergrond weer op haar knieën zakken en voelt de grond weer)
KAREL: U wil uw gevoelens niet aan iedereen laten zien? Maar da’s ook goed. Niet iedereen mot toch weten hoe u zich voel?
 Precies… Maar vertel eens, Karel… Wat voor werk doe je?
KAREL: Oh, van alles eigijks.
 Je hebt zelfs meerdere banen?
KAREL: Nee, dat niet. Ik ben een soort manusje van alles. Ze noemen me ook wel handige Kareltje. Ik klus hier en daar wat bij. Gewoon, bij de mensen thuis.
 Waterafvoeren repareren, dat soort dingen?
KAREL: Precies. Eigenlijk alles waar handige handjes bij nodig zijn.
 Bijzonder.
KAREL: En u, mevrouw?
 Adèle!
KAREL: Wat doet u, Adèle?
 Of ik werk? (Karel knikt) Natuurlijk niet. Ik stam af van een zeer welgestelde familie. Mijn rekening is hoger dan menig andere inwoner van Nederland.
KAREL: Oh… maar dan… ehm…
 Maar ik loop er niet graag mee te koop. Op sommige dagen zou ik graag willen werken. Al was het als caissière.
KAREL: Waarom doe u dat dan niet?
 Stel dat mijn buurvrouwen me zien? Ik zou direct nooit meer worden uitgenodigd voor partijen en samenkomsten.
KAREL: Ben u zo dan wel gelukkig?
 Wil je een eerlijk antwoord?
KAREL: Graag.
 Niet echt nee.
KAREL: Maar waarom zoek u dan niet een leuk baantje uit waar ze niet moeilijk over doen.
 Wie?
 
 
LICHT OP ADÈLE EN KAREL GERICHT UIT – LICHT OP DAGMAR EN MARJOLEIN AAN
 
MARJOLEIN: Je kent hem wel. Hij zat in groep 6 en 7 bij ons op de basisschool. Toen verhuisde hij naar Nieuw Zeeland.
DAGMAR: Oh, die Dennis. Ja, natuurlijk ken ik hem. Joh, woont hij weer in Nederland?
MARJOLEIN: Ja, twee jaar alweer.
DAGMAR: Hoe is het met hem?
MARJOLEIN: Erg goed. En het is een cutie geworden, joh.
DAGMAR: Moet het daar gelijk weer over gaan?
MARJOLEIN: Nou, je verwacht dat gewoon niet. Ik zie hem als dat kleine mannetje dat altijd achter die voetbal aanrende en nu is hij gewoon… gewoon een…
 
LICHT OP DAGMAR EN MARJOLEIN GERICHT UIT – LICHT OP ADÈLE EN KAREL AAN
 
 … een intelligente, aardige heer. Nogmaals, dit heb ik zelden bij iemand gevoeld.
KAREL: Nou, dat geldt voor mij ook, hoor. U ben zo… zo… bijzonder. Ik geef toe, ik ben altijd erg op het vlees gericht, maar bij u… (Sofia gaat op stoel zitten)
 Op het vlees gericht?
STEFAN: (op vanuit keuken) Tosti ham/kaas. (loopt naar Sofia en geeft haar de tosti)
KAREL: Ja, dat klinkt erg bot, maar ik kijk bij vrouwen altijd eerst naar de…
 Kont en de tieten?
KAREL: (lacht) Zo, die douw u d’r makkelijk uit.
 Ik ken de man.
KAREL: Maar bij u… u trok me op een andere manier.
 Hoe dan?
 
LICHT OP ADÈLE EN KAREL GERICHT UIT – LICHT OP SOFIA EN STEFAN AAN
 
STEFAN: Met het tosti-apparaat.
SOFIA: Lekker. Dank u wel.
STEFAN: Eet smakelijk.
SOFIA: Meneer, nu u hier toch staat… die dame en heer aan de bar. Kennen die elkaar?
STEFAN: (kijkt naar de bar) Ik dacht het niet.
SOFIA: Volgens mij bloeit daar een prachtige romance op. (Karel en Adèle gaan aan het tafeltje zitten, waar zojuist Adèle nog zat)
STEFAN: Tussen Karel en Adèle? (lacht) Nee, dat kan niet.
SOFIA: Ik voel een straling van ze uitkomen. Ze vinden elkaar geweldig. Ze zijn zelfs goudeerlijk tegen elkaar. Iets dat niet vaak voorkomt.
STEFAN: Karel valt alleen maar op ronde konten en dikke borsten. Het liefst jonge meisjes met maat 36. Adèle voldoet niet bepaald aan die eisen.
SOFIA: Ik heb u toch verteld dat ik dingen kan zien?
STEFAN: (begint weer te stamelen) Ja, dat heeft u, ja.
SOFIA: Hun gesprek bestaat uit kleine irritaties en grote interesses, uit pieken en dalen. Het is duidelijk de aftastfase, maar wel gedurfd.
STEFAN: Nogmaals, Karel praat nooit normaal. En zeker niet over dames.
SOFIA: Ik vind het prachtig. Af en toe een snauwtje en daarna weer zo’n snelle goedmaker. Ze passen prima bij elkaar.
STEFAN: Zij is een dame van stand, hij een werkeloze die hier en daar wat bij klust. Dat gaat toch niet samen?
SOFIA: Liefde overwint alles. Elke tegenslag. Als alles is ingestort, blijft de liefde nog steeds overeind. Een verschil in rang en stand hoort hier ook bij. Een klassiek geval.
STEFAN: Goed, is alles verder naar wens?
SOFIA: Ja, dank u.
STEFAN: Anders kunt u het altijd even laten weten, natuurlijk.
SOFIA: U bent niet getrouwd, hè?
STEFAN: Nee, niet meer.
SOFIA: Dat spijt me voor u.
STEFAN: Dank u wel. (Stefan loopt weg) Ongetrouwd. En dat met zo’n hart. Hij zou een vrouw zoveel kunnen geven. Zonde! (Stefan af naar de keuken)
 
GROTE LICHT GAAT AAN. De buitendeur gaat open. Marit en Jasper komen binnen. Jasper loopt een beetje bijzonder. Marit loopt overdreven recht op en ook met haar neus in de lucht. Sofia laat zich weer op de grond zakken en begint de vloer weer, vol aandacht, te betasten.
 
MARIT: Hup hup Jasper, beetje doorlopen! We hebben niet de hele middag de tijd.
JASPER: IJsje, mama!
MARIT: Straks. Straks mag je een ijsje.
JASPER: Nee, nu ijsje!
MARIT: Straks Jasper!
 
Marit doet haar jas uit. Jasper houdt de zijne aan. Gaan aan een tafel zitten. GROTE LICHT UIT – LICHT OP DAGMAR EN MARJOLEIN AAN
 
MARJOLEIN: Och, dat kind is niet goed.
DAGMAR: Sst joh!
MARJOLEIN: Je zal zo’n kind krijgen. Negen maanden blijdschap en dan komt er zo’n mislukt schepsel uit.
DAGMAR: Marjolein, joh!
MARJOLEIN: Alle pret bedorven. Je durft bijna geen geboortekaartjes te sturen, want iedereen wil dan op kraamvisite komen en zal zien dat je kind niet gelukt is.
DAGMAR: Marjo, hou op!
MARJOLEIN: Ik zou er in ieder geval niet aan willen denken…
DAGMAR: (zucht) Maar je zou wel aan kindjes willen denken?
MARJOLEIN: Ja… een beetje wel, eigenlijk.
DAGMAR: Echt?
MARJOLEIN: Nu nog niet. Maar ooit wel. Misschien wel met Frank.
DAGMAR: Dan hoop ik voor je dat het een meisje wordt.
MARJOLEIN: Hoezo dat nou weer? Wat is er mis met een jongen?
DAGMAR: Als het een jongen wordt, is het vast een toekomstige hooligan.
MARJOLEIN: Begin je daar nou weer over? Hij slaat er echt niet elke dag maar wat op los, hoor.
DAGMAR: Het zou wel mooi zijn als hij voor Feyenoord wordt.
MARJOLEIN: Dan zet Frank hem in zijn blote kont het huis uit. (de dames lachen)
DAGMAR: Zie je? Een meisje past beter bij jullie.
MARJOLEIN: Dan moet hij op de thee bij haar en drinken uit zo’n kinderserviesje. Ik zie hem al zitten…
DAGMAR: (lacht ook) En met poppen spelen.
MARJOLEIN: Trekt ‘ie ze gewoon een voetbaltenue aan. Trouwens, er zijn zat meisjes en vrouwen die op voetbal zitten.
DAGMAR: Dan kan hij misschien wel hun coach worden.
MARJOLEIN: Ja, dat lijkt me nog eens leuk. En dan word ik de verzorger. Als er dan eentje onderuit wordt geschoffeld, ga ik helpen.
DAGMAR: Vrouwen schoffelen elkaar niet onderuit.
MARJOLEIN: Oh nee?
DAGMAR: Nee, die trekken aan elkaars haren en krabben de tegenstander hun ogen uit.
MARJOLEIN: Nee, jij bent lekker. Ik wil toch geen dochter die haar tegenstander belaagd?
DAGMAR: Misschien krijg je een eerlijke meid.
MARJOLEIN: Wie weet…
DAGMAR: Zit Frank eigenlijk nog op voetbal?
MARJOLEIN: Hij houdt zeker nog steeds van voetbal. Maar meer van het… kijken. En van het bier drinken achter af.
DAGMAR: Dat heeft dan één voordeel. Als jij zwanger bent, doet hij mee…
MARJOLEIN: Wat bedoel je?
DAGMAR: (lachend) Twee dikke buiken bij elkaar…
MARJOLEIN: Hé, hij heeft een wasbordje, hoor. Daar sport hij ook hard voor.
DAGMAR: Gaat hij naar de sportschool?
 
LICHT OP DAGMAR EN MARJOLEIN GERICHT UIT – LICHT OP ADÈLE EN KAREL AAN
 
KAREL: Jazeker. Elke week twee keer. En dan doe ik alle oefeningen die ze d’r hebben.
 Dus een wasbord vormt jouw buik?
KAREL: (kijkt mistroostig naar zijn buik) Ooit… hoop ik…
 Vrouwen willen iets vast kunnen houden!
KAREL: Ik geloof dat ik nou echt de weg kwijt ben…
 Hoe bedoel je?
KAREL: Je gebruik een zin die alleen, wij mannen, horen te gebruiken.
 Wat moet je met zo’n lange lijs van een kerel? Die breekt doormidden onder het gewicht van een mooie, volle vrouw.
KAREL: Dat is wel zo! (zoekend naar Stefan, zucht) Stefan blijft wel erg veel weg. Ik heb nog steeds niks voor ons besteld.
 (kijkt rond) Heb je die jongen daar gezien? Die spoort echt niet, hè?
KAREL: (kijkt naar Jasper) Hoezo niet?
 Hij heeft ze niet helemaal op een rijtje!
KAREL: Ben u echt zo’n type die d’r boodschappen in d’r kelderkast op alfabetische volgorde heb staan?
 Wat zeg jij nou?
KAREL: Nou, zo op een rijtje… (Adèle kijkt onbegrijpend)
 
Stefan op met bakje brood en twee schaaltjes, wil direct naar Dagmar en Marjolein toe lopen. EVEN GROOT LICHT
 
KAREL: (loopt snel naar Stefan toe) Stefan, beste kerel. Een biertje voor mij en een martini voor deze charmante dame hier.
STEFAN: Ik kom eraan, Karel. Even dit bezorgen. (loopt naar Dagmar en Marjolein toe en zet het brood op hun tafel)
 
GROTE LICHT WEER UIT – LICHT OP ADÈLE EN KAREL BLIJFT AAN
 
 Als hij eens wat meer zou doorlopen, zou hij niet achterlopen met de bestellingen.
KAREL: Geen slechte woorden over mijn makker, mevrouw!
 Adèle!
KAREL: Stefan is een beste kerel met een gouwe hart en hij werkt harder dan veel anderen.
 (laat hoofd beschaamd hangen) Sorry! (Stefan loopt op de achtergrond naar Marit toe)
KAREL: ’t Zei je vergeven.
 Dank je.
KAREL: (een korte stilte) Zit je verder nog wel goed?
 
LICHT OP ADÈLE EN KAREL GERICHT UIT – LICHT OP MARIT, JASPER EN STEFAN AAN
 
MARIT: Ja, dank u. Het is buiten best fris.
JASPER: IJsje!
MARIT: Straks Jasper.
STEFAN: Op zich hebben we wel ijs, hoor…
JASPER: Ja, ijsje!
MARIT: Och welnee, hij zegt elke dag wel honderd keer dat hij een ijsje wil. Gewoon laten gaan.
STEFAN: Iets drinken dan misschien?
MARIT: Ik graag een cappuccino en Jasper wil appelsap.
JASPER: Nee, ijsje!
STEFAN: IJs of appelsap?
JASPER: IJs!
MARIT: Gewoon appelsap, hoor. Kan er misschien wel een koekje bij voor hem?
JASPER: Koekje?
STEFAN: Dat zal wel lukken.
JASPER: IJs met koek.
STEFAN: Het komt eraan! (Stefan loopt naar de bar en rommelt er wat achter)
JASPER: Jippie! Een ijsje. Ik krijg een ijsje. (staat op - GROOT LICHT AANloopt naar Adèle toe en gaat heel dichtbij tussen Adèle en Karel op zijn hurken zitten) Ik ben Jasper en ik krijg een ijsje!
 (toch een beetje geschrokken) Wat… eh… fijn!
JASPER: Appelsapijsje!
 Eet smakelijk dan.
JASPER: Eet u ook een ijsje?
 Nee, ik houd niet zo van ijs.
JASPER: IJs is lekker!
KAREL: Geniet ervan, hoor jongen!
JASPER: (loopt naar Dagmar en Marjolein toe, gaat wederom heel dichtbij op zijn hurken tussen beide dames in zitten) Ik ben Jasper en ik krijg een ijsje.
DAGMAR: Wat lekker, joh!
MARJOLEIN: Het is buiten hartstikke koud. Dan ga je toch geen ijs eten?
JASPER: IJs is ook koud!
DAGMAR: Klopt! Geniet er maar lekker van!
JASPER: Met appelsap.
DAGMAR: Twee dingen zelfs. Jij boft.
JASPER: IJsje is het lekkerst.
DAGMAR: Daar heb je gelijk in.
 
Jasper loopt weer terug naar tafeltje. Marit lijkt zich toch wel te schamen.
 
MARIT: Dat jij een ijsje krijgt, hoeft toch niet iedereen hier te weten?
JASPER: Iedereen? (doelend op Dagmnar) Ook die mooie mevrouw daar?
MARIT: Nooit zomaar op onbekende mensen aflopen. Hoe vaak moet ik dat nog zeggen?
JASPER: (weer naar Dagmar kijkend, doet dit vanaf hier vaker) IJsje en een mooi meisje.
MARIT: Waarom probeer ik het nog?
 
Stefan loopt met een appelsap en cappuccino naar de twee toe.
 
JASPER: IJs?
MARIT: Appelsap!
JASPER: Ik wil ijs!
 
LICHT OP JASPER EN MARIT UIT, de twee blijven gebarend kibbelen.
 
...

HomeNieuwsSchrijfsterWerkwijzeBestellenPrijzenTe koopAgendaPersContactStukken